Reiniging en onderhoud
8
Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING
Bij het werken op voertuigdaken bestaat
gevaar voor vallen.
Voertuigdaken kunnen door natheid, ijsvorming
of vuil (bijv. vochtige bladeren) erg glad en glib-
berig zijn.
Draag een valbeveiliging / veiligheidsharnas.
Werk vanaf een steiger of een stabiele ladder
naast het voertuig.
Draag stevige, gripvaste schoenen.
Laat een tweede persoon helpen.
Bij het reinigen van het voertuig dient erop te worden
gelet dat er bij het afspuiten, bijv. met een hogedruk-
reiniger, geen water in het airconditioningsysteem naar
binnen dringt.
ATTENTIE
Water in het airconditioningsysteem kan
leiden tot schade en storingen.
Reinig het airconditioningsysteem niet met
een heetwater- en stoomreiniger of hoge-
drukreiniger.
Spuit bij het reinigen van het voertuig met
een heetwater- en stoomreiniger of hoge-
drukreiniger niet rechtstreeks in de ope-
ningen van het airconditioningsysteem.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of scherpe
voorwerpen. Gebruik voor het reinigen van het aircondi-
tioningsysteem een zachte, vochtige doek.
Gebruik geen benzine, diesel, oplosmiddelen, chemi-
sche reinigingsmiddelen, alcohol, tensides of weekma-
kers als reinigingsmiddel.
8.1
Reinigen van de panelen in de lucht-
verdeler
Hoe vaak de panelen in de luchtverdeler moeten wor-
den schoongemaakt, is afhankelijk van de gebruiksin-
tensiteit. Aanbevolen wordt om dit in ieder geval niet
later dan om de 12 maanden te doen.
ATTENTIE
Het laten werken van het airconditio-
ningsysteem zonder panelen in de luchtver-
deler leidt tot schade en vermogensverlies
Gebruik voor een storingvrije werking het air-
conditioningsysteem alleen mét panelen.
Overtuig u er vóór het gebruik van dat er
panelen in de luchtverdeler zijn geplaatst.
Verwijder de beide panelen aan de zijkant van de
luchtverdeler (Afb. 11-1).
12
NL
Aventa compact 2.G / Aventa compact plus 2.G
Afb. 11
Verwijder de beide panelen aan de onderkant van de
luchtverdeler (Afb. 11-2). Pak daarvoor in de opening
van het zijpaneel en duw het onderste paneel er van
binnenuit uit.
Spoel de panelen onder stromend water schoon.
Laat de panelen drogen.
Breng de panelen weer aan de luchtverdeler aan.
Daarvoor de panelen aan de zijkant en onderkant op
de vergrendelingsnokken schuiven en vastklikken.
Haak daarvoor de onderste panelen eerst achter de
binnenkant van de luchtverdeler (Afb. 12-1), daar-
na aan de buitenkant aandrukken en vastklikken
(Afb. 12-1).
1
Afb. 12
8.2
Luchtinlaten en luchtuitlaten vrij-
houden
8.2.1 Vrije ruimte buitenunit
Het airconditioningsysteem zuigt op het dak aan weers-
zijden frisse lucht aan en blaast deze na de warmtewis-
selaar te zijn gepasseerd als warme lucht naar achteren
uit. Voor een goede werking mogen de luchtinlaten en
luchtuitlaten niet worden geblokkeerd of versteld. Ze
moeten vrij worden gehouden van verontreinigingen,
zoals vuil of bladeren, om een optimaal vermogen en
een optimale luchtdoorvoer te waarborgen. Anders
wordt de werking van het airconditioningsysteem be-
lemmerd en kan er schade ontstaan.
Houd bij gebruik in de winter openingen vrij van
sneeuw.
1
5
2
2
40091-01342 ∙ 00 ∙ 10/2024