Download Print deze pagina

Atlantic Alfea Excellia S Installatiehandleiding pagina 2

Voor lucht/water met 1 functie
■ Wettelijke voorwaarden van installatie en on-
derhoud
Het toestel moet worden geïnstalleerd en onder-
houden door een erkende professional in overeen-
stemming met de wettelijke teksten en huidige han-
delsvoorschriften, met name:
• Gebruik geen andere middelen om het ont-
dooiproces te versnellen of schoon te maken
dan die door de fabrikant worden aanbevolen.
• Het toestel moet worden opgeborgen in een
ruimte waar geen permanent werkende ontste-
kingsbronnen zijn (bijv. open haarden, gastoe-
stellen of elektrische radiatoren in werking).
• Niet doorboren of verbranden.
• Opgelet: koelmiddelen kunnen geurloos zijn.
■ Behandeling
De buitenunit mag niet platliggen tijdens transport.
Als het toestel liggend wordt vervoerd, kan het be-
schadigd raken doordat het koelmiddel wordt ver-
plaatst en de ophanging van de compressor wordt
vervormd.
Schade veroorzaakt door liggen valt niet onder de
garantie.
Indien nodig kan de buitenunit uitzonderlijk worden
gekanteld wanneer deze met de hand wordt gehan-
teerd (om door een deur te gaan of een trap op te
gaan). Deze handeling moet voorzichtig worden
uitgevoerd en het toestel moet onmiddellijk weer
rechtop worden gezet.
■ Installatie
De installatie van de warmtepomp moet voldoen
aan de eisen van de locatie waar deze wordt geïn-
stalleerd.
De warmtepomp is ontworpen voor installatie op
hoogtes van minder dan 2000 m.
In overeenstemming met de norm IEC 60-335-2-40
moeten de hydraulische module van de WP en alle
koelverbindingen die door het woongedeelte lopen,
geïnstalleerd worden in ruimtes die voldoen aan de
minimale oppervlakte.
• Opgelet: de hydraulische module mag niet in
de tocht worden geïnstalleerd.
■ Koelmiddel
De maximale vulling van R32-vloeistof met supple-
menten mag niet meer zijn dan 1,84 kg.
■ Insluiting van de koelcircuits
Alle koelcircuits zijn gevoelig voor vervuiling door
stof en vocht. Als dergelijke verontreinigende stof-
fen in het koelcircuit terechtkomen, kunnen zij bij-
dragen tot een verminderde betrouwbaarheid van
de warmtepomp.
• Het is noodzakelijk om te zorgen voor een cor-
recte opvang van aansluitingen en koelcircuits
(hydraulische module, buitenunit).
• In het geval van een latere storing zal, op ba-
sis van deskundige vaststelling, de aanwezig-
heid van vocht of vreemde voorwerpen in de
compressorolie de garantie systematisch on-
geldig maken.
- Verifi ëer bij ontvangst of de koppelingen en dop-
pen van het koelcircuit op de hydraulische module
en de buitenunit stevig op hun plaats zitten en zijn
vergrendeld (onmogelijk met blote hand los te ma-
ken). Als dit niet het geval is, blokkeer ze dan met
een tegentoets.
- Verifi ëer ook of de koelverbindingen goed zijn af-
gedicht (plastic doppen of buizen zijn aan de uit-
einden platgedrukt en gesoldeerd). Als de doppen
tijdens de werkzaamheden moeten worden ver-
wijderd (bijv. buizen hersnijden), breng ze dan zo
snel mogelijk weer aan.
■ Hydraulische aansluitingen
De aansluitingen moeten in overeenstemming zijn
met de huidige handelsvoorschriften.
Herinnering: Voer alle installatieafdichtingen uit in
overeenstemming met de huidige voorschriften van
de loodgieterij:
- Gebruik van geschikte afdichtingen (vezeldichting,
O-ring).
- Gebruik van tefl on-tape of eikenhout.
- Gebruik van afdichtmiddel (synthetisch, afhanke-
lijk van het geval).
Gebruik glycolwater als de ingestelde minimum-
starttemperatuur lager is dan 10 °C. Indien geglyco-
leerd water wordt gebruikt, dient jaarlijks een kwa-
liteitscontrole van de glycol te worden uitgevoerd.
Gebruik alleen monopropyleenglycol. De aanbevo-
len concentratie is minimaal 30%. Het gebruik van
glycolmonoethyleen is verboden.
Herinnering: De aanwezigheid op de installatie van
een uitschakelfunctie van het type CB, bedoeld om
te voorkomen dat verwarmingswater terugstroomt
naar het drinkwaternet, is vereist krachtens de ar-
tikelen 16,7 en 16,8 van het type Departmental
Health Regulations.
• In sommige installaties kan de aanwezigheid
van verschillende metalen leiden tot corrosie-
problemen; de vorming van metaaldeeltjes en
slib in het hydraulisch circuit wordt dan waar-
genomen.
• In dit geval is het wenselijk een anticorrosie-
middel te gebruiken volgens de verhoudingen
die de fabrikant heeft aangegeven.
• Anderzijds moet ervoor worden gezorgd dat
het behandelde water niet agressief wordt.
Installeer een veiligheidsgroep op de koudwaterin-
laat met een klep die is ingesteld op maximaal 7
tot 10 bar (afhankelijk van de plaatselijke voorschrif-
ten), die wordt aangesloten op een afvoerpijp. Be-
dien de veiligheidseenheid volgens de specifi caties
van de fabrikant. De drukbegrenzer moet regelma-
tig worden ingeschakeld om kalkaanslag te verwij-
deren en te controleren of deze niet geblokkeerd is
De warmwaterboiler moet worden voorzien van
koud water via een veiligheidsgroep. Er mogen zich
geen kleppen tussen de veiligheidsgroep en de boi-
ler bevinden.
Sluit de uitlaat van de veiligheidsklep aan op de af-
voer. De afvoerleiding die is aangesloten op de over-
drukinrichting moet worden geïnstalleerd in een vorst-
vrije omgeving met een continu neerwaarts afschot.
■ Elektrische aansluitingen
Voordat u werkzaamheden uitvoert, moet u con-
troleren of alle stroomvoorzieningen zijn uitge-
schakeld.
• Eigenschappen van de stroomvoorziening
Voor installaties zonder nulleider moet een galvani-
sche scheidingstransformator worden gebruikt die
is geaard op het secundaire circuit.
Elektrische aansluitingen worden alleen tot stand
gebracht bij alle andere montagewerkzaamheden
(bevestigen, monteren, ...) zijn voltooid.
loading