Download Print deze pagina

Atlantic Alfea Excellia S Installatiehandleiding pagina 3

Voor lucht/water met 1 functie
Opgelet!
Het contract met de energieleverancier moet vol-
doende zijn om niet alleen de capaciteit van de WP
te dekken, maar ook de som van de capaciteit van
alle toestellen die tegelijkertijd kunnen werken. Als
de stroomkracht onvoldoende is, vraag dan bij uw
energieleverancier naar de waarde van de stroom-
kracht waarop u in uw contract hebt geabonneerd.
Gebruik nooit een stopcontact voor de stroomvoor-
ziening.
De WP moet rechtstreeks gevoed worden (zonder
externe schakelaar) via speciale leidingen die aan
het begin van het elektrische paneel beschermd
worden door tweepolige stroomonderbrekers speci-
aal voor de WP, curve C voor de buitenunit, curve C
voor de elektrische hulptoestellen voor verwarming*
en huishoudelijk* gebruik.
De elektrische installatie moet zijn uitgerust met
een aardlekschakelaar van 30 mA.
Dit toestel is ontworpen om te werken bij een nomi-
nale spanning van 230 V of 400 V +/- 10%, 50 Hz.
In enkelfasige toestand moet deze eenheid worden
aangesloten op een voeding met een impedantie
van minder dan 0,424 ohm en minder. Als de voe-
ding niet aan deze eis voldoet, raadpleeg dan de
stroomleverancier.
Algemene informatie over elektrische aanslui-
tingen
Het is absoluut noodzakelijk om de fase-neutraal
polariteit te respecteren bij het maken van elektri-
sche aansluitingen.
Stijve draad verdient de voorkeur voor vaste instal-
laties,vooral in gebouwen.
Maak de kabels vast met de kabelwartels om te
voorkomen dat de draden per ongeluk loskomen.
De aardaansluiting en de continuïteit ervan zijn van
essentieel belang.
De aardedraad moet langer zijn dan de andere dra-
den.
• Kabelwartels
Om ervoor te zorgen dat de stroomkabels (laagspan-
ning) en sondes (zeer lage spanning) goed worden
vastgehouden , is het van essentieel belang dat de
kabelwartels stevig vastzitten volgens de volgende
aanbevelingen:
Afmeting
Kabel-
kabelwartel
diameter
(mm)
(mm)
PG7
1 tot 5
PG9
1,5 tot 6
PG16
7 tot 14
PG21
13 tot 18
• Aansluiting op schroefklemmenblok
Aanhaalmo-
Aanhaalmo-
ment (borg-
ment dop-
moer) (Nm)
moer (Nm)
1,3
1
3,3
2,6
4,3
2,6
5
4
Het gebruik van een poolklemmen of hulpstuk-
ken is verboden.
- Kies altijd een draad die voldoet aan de huidige
normen (NF C 15-100specifi ek).
- Strip ongeveer uiteinde 25 mm van de draad.
- Maak met een rondbektang een lus met een di-
ameter die overeenkomt met de klemschroeven
van de klemmenblok.
- Draai de schroef van het klemmenblok stevig vast
op de lus. Onvoldoende aanhalen kan leiden tot
verhitting, storing of zelfs brand.
• Aansluiting op de regel print
- Verwijder de bijpassende connector en maak de
aansluiting.
• Aansluiting op veerklemmenblok
Stijve draad
Lus
25 mm
Speciale schroef
Klemmen-
- Strip ongeveer uiteinde 12 mm van de draad.
- Druk met een schroevendraaier op de veer zodat
de draad in de kooi komt.
Voorbedrade kabelboomconnector en/of schroefconnector
- Schuif de draad in het daarvoor bestemde gat.
- Verwijder de schroevendraaier en controleer of de
draad vastzit in de kooi door deze eruit te trekken.
1
3
Aansluiting
op zachte
draad verbo-
den
en sluitring
blok
3
1
2
4
(* afhankelijk van optie)
loading