2. Druk op de knop [E
Opmerking: Op het scherm verschijnt de tekst OLD
CODE E.
3. Voer een 4-cijferige code in en druk binnen
15 seconden op de knop [E
4. Druk op de knop [E
De modus activeren terwijl een
beveiligingscode is ingesteld
1. Druk op de knop waarvoor u gegevens wilt invoeren.
2. Druk op de knop [E
Opmerking: Op het scherm verschijnt de tekst
CODE.
3. Voer uw beveiligingscode in.
Opmerking: Als de code juist is, verschijnt er een E
op het scherm.
4. Voer gegevens in zoals u dat anders ook zou doen.
Opmerking: U kunt de beveiligingscode verwijderen
door als code 0 in te voeren of door de instellingen
van de aansturingscomputer te wissen. Zet hiervoor de
voedingsschakelaar op O
FF
ingedrukt terwijl u de voedingsschakelaar op O
De energiebesparende modus
instellen
Stel een wachttijd voor de besparende modus in zodat de
12 voltaccu van het voertuig bespaard wordt. Als deze
besparingsmodus actief is, dan worden alle gegevens bewaard,
maar werkt de klok niet. De wachttijd is standaard ingesteld
op 10 dagen.
1. Druk 5 keer op de knop [T
Opmerking: Op het scherm verschijnt de tekst
POWER DOWN DAY.
2. Druk op de knop [E
3. Verander het aantal wachtdagen voor de besparende
modus.
4. Druk op de knop [E
Het waarschuwingssignaal
van de aansturingscomputer
gebruiken
Dit is een optionele functie.
De aansturingscomputer geeft een waarschuwingssignaal als
de gebruiksdosis gedurende 5 seconden 30% of meer afwijkt
van de doeldosering.
1. Druk een aantal keer op de knop [D
].
NTER
].
NTER
].
NTER
].
NTER
en houdt daarna de knop [CE]
zet.
N
].
IME
].
NTER
].
NTER
M
ATA
ENU
Opmerking: De tekst ALARM ON verschijnt op het
scherm. De waarschuwing is ingeschakeld.
2. Druk op de knop [CE].
Opmerking: De tekst ALARM OFF verschijnt op
het scherm. De waarschuwing is uitgeschakeld.
Het spuitsysteem instellen
Voer voor gebruik van het spuitsysteem de volgende
procedure uit.
1. Lees voordat u begint deze instructies.
2. Sluit de toevoerslang aan op de anti-overloopslang en
vul de tank tot de helft met schoon water.
Belangrijk: Inspecteer en reinig alle onderdelen
van het systeem voordat u gaat spuiten, inclusief
de tank, de zeef, de pomp, de kleppen en de
spuitdoppen.
3. Start de motor. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van
de Multi Pro
4. Zet de gashendel maximaal open.
5. Zet de schakelaars van de spuitbomen op O
6. Zet de schakelaar Man/Rate op Man.
7. Zet de voedingsschakelaar op O
8. Zet de schakelaar van de spuitpomp op O
9. Controleer dat u de juiste waardes hebt ingesteld voor
de breedte van de spuitboom en de ijkgetallen voor de
functies Meter Cal, Rate 1 en Rate 2.
10. Gebruik de zelftestfunctie zoals beschreven in
de Gebruikershandleiding van de Multi-Pro 5800
gazonspuitmachine om het spuitsysteem te testen
terwijl het voertuig stilstaat.
Opmerking: De zelftestfunctie simuleert snelheid
zodat het systeem kan worden gecontroleerd terwijl
de machine stilstaat. Deze functie schakelt zichzelf
uit als de snelheidssensor detecteert dat het voertuig
in beweging is. Een snelheidskalibratiewaarde groter
dan of gelijk aan 900 (US of TU) of 230 (SI) wordt
aanbevolen als u de machine in deze modus gebruikt.
U kunt als volgt de zelftestfunctie instellen:
Opmerking: Om te voorkomen dat de
zelftestsnelheid zichzelf automatisch verwijdert, moet
u de snelheidsaansluiting achteraan de computer
afkoppelen in het geval dat u de snelheidssensors met
radar gebruikt.
A. Druk op de knop [S
B. Voer de gewenste waarde voor de
snelheidssimulatie in.
C. Controleer de snelheid van het voertuig door de
knop [Speed] in te drukken.
].
11. Zet de schakelaars van de spuitbomen op de stand O
11
®
5800 gazonspuitmachine.
.
N
T
].
ELF
EST
.
FF
.
N
.
N