Onderhoud
Aanbevolen onderhoudsschema
Onderhoudsinterval
Om de 200 bedrijfsuren
Jaarlijks
Vloeistofstroommeter reinigen
Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren
1. Het volledige spuitsysteem grondig uitspoelen en
aftappen.
2. Verwijder de stroommeter en spoel deze af met schoon
water.
3. Verwijder de borgring aan de stroomopwaartse kant
(Figuur
11).
9
8
7
6
5
Figuur 11
1. Aangepaste flenseenheid
2. Rotor of
magneetconstructie
3. Naaf of lagerconstructie
4. Naafconstructie (met
spiebaan naar boven)
5. Borgring
4. Reinig de turbine en de turbinenaaf om metaalvijlsel en
bevochtigbaar poeder te verwijderen.
5. Controleer de turbinebladen op slijtage.
Opmerking: Houd de turbine in uw hand en laat
deze draaien. De turbine moet vrij kunnen draaien
en mag niet te veel aanlopen. Als de turbine niet vrij
draait, moet u deze vervangen.
6. Zet de vloeistofstroommeter in elkaar.
7. Breng de sensor aan tot deze de onderkant van de
behuizing licht raakt.
8. Draai voorzichtig de borgmoeren van de sensor vast.
Onderhoudsprocedure
• Reinig de vloeistofstroommeter (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
• De vloeistofstroommeter ijken
4
5
1
2
3
G012934
6. Turbinebout
7. Kabelklem
8. Schroef met schroefdraad
9. Sensorconstructie
9. Gebruik lichte luchtdruk (0,34 bar) om ervoor te
zorgen dat de turbine vrij draait.
Als de turbine niet vrij draait, geef dan de zeskantige
pal aan de onderkant van de turbinenaaf 1/16 draai
tot de turbine vrij draait.
De aansturingscomputer
programmeren
Terwijl het bedieningspaneel uitgeschakeld is, houdt u de
knop [CE] ingedrukt. Beweeg de voedingsschakelaar van de
aansturingscomputer in de stand O
Opmerking: Als u de voedingsschakelaar op O
kabels van de aansturingscomputer ontkoppelt, blijven de
opgeslagen gegevens in het geheugen bewaard.
Belangrijk: De in deze handleiding vermelde
ijkgetallen zijn slechts richtlijnen. U moet zelf berekenen
welke instellingen u nodig hebt voor uw specifieke
model spuitmachine, de huidige toepassing en de
huidige omstandigheden.
Opmerking: Raadpleeg
toetsenbord (bladz. 8)
van de toetsen van de aansturingscomputer.
Om de aansturingscomputer te programmeren, zie
van de aansturingscomputer (bladz.
Opmerking: Alle gegevens worden bewaard wanneer u de
voedingsschakelaar op O
Instellingen van de spuitboom
berekenen
De instellingen van de Pro Control XP worden automatisch
ingesteld op de standaardwaarden. U kunt de waarden echter
aanpassen als de afstand tussen de spuitdoppen is veranderd.
Bereken de instellingen van de spuitboom door het aantal
spuitdoppen te vermenigvuldigen met de ruimte tussen de
doppen.
Opmerking: Boom 1 is de linker spuitboom (vanaf de
gebruiker), Boom 2 is de middelste spuitboom en Boom 3 is
de rechter spuitboom.
1. Druk op de knop [B
13
.
N
Figuur 9
en de
Referentietabel
voor een beschrijving en de functie
9).
zet.
FF
1 C
].
OOM
AL
zet of de
FF
Instellen