Figuur 6
1. Pakking
2. Vloeistofstroommeter
A. Monteer de aanwezige pakking in de
vloeistofstroommeter aan de kant die moet
worden aangesloten op de KZ-klep
B. Monteer de aanwezige slangklem over de
vloeistofstroommeter.
C. Plaats de vloeistofstroommeter naar de juiste
positie, op gelijke hoogte met de romp van de
KZ-klep.
Opmerking: Bevestig de vloeistofstroommeter
op de behuizing van de KZ-klep door de klem
vast te zetten.
D. Monteer de nieuwe pakking in de open kant van
de behuizing van de vloeistofstroommeter.
E. Monteer de nieuwe slangklem over het open
uiteinde van de vloeistofstroommeter.
F. Breng de spuitboomkleppen voorzichtig in
positie, op gelijke hoogte met de behuizing van de
vloeistofstroommeter
Figuur 7
1. Vloeistofstroommeter
G.
Bevestig de vloeistofstroommeter op de
spuitboomkleppen door de klem vast te zetten.
8. Draai de bouten waarmee de omloopklep van de
spuitboom bevestigd is aan de montagebeugel vast.
3. Slangklemmen
(Figuur
6).
(Figuur
7).
2. Spuitboomkleppen
9. Zoek de kabelboom van het spuitsysteem die naar het
verdeelstuk van de spuitboomklep loopt.
10. Zoek de ronde connector met dop van de
vloeistofstroommeter.
11. Haal de dop eraf, zodat de aansluiting met drie
pennen vrijkomt en sluit deze aan op de draad van de
vloeistofstroommeter.
12. Zet de borgringen vast, indien aanwezig.
13. Controleer of alle slangklemmen vast zijn gemaakt.
14. Sluit de omloopkleppen en de interne klep (achter
de afzonderlijke omloopkleppen) door de rode
omloopknoppen rechtsom te draaien totdat u een
beetje weerstand voelt. Dit geeft aan dat de klep
volledig gesloten is.
Opmerking: U moet waarschijnlijk 3 tot 4 keer
draaien (360° = 1 draai) om de klep volledig te sluiten.
Opmerking: Om de standen van de omloopklep te
bewaren, schakelt u de enkele interne klep uit.
Opmerking: De nummers op de omloopknop
dienen enkel ter referentie. Als de knop op '0' staat, is
dat geen garantie dat de klep is gesloten. Blijf aan de
knop draaien tot u weerstand voelt: dit geeft aan de
klep gesloten is.
6