Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
Gebruikershandleiding
Turf Pro 500SL robotmaaier
Modelnr.—Serienummerbereik
30911CAN—324000000 en hoger
30911EU—324000000 en hoger
30911JP—324000000 en hoger
30911US—324000000 en hoger
*3471-481* A
3471-481A
Vertaling van het origineel (NL)
Inhoudsopgave
loading

Samenvatting van Inhoud voor Toro Turf Pro 500SL

  • Pagina 1 Gebruikershandleiding Turf Pro 500SL robotmaaier Modelnr.—Serienummerbereik 30911CAN—324000000 en hoger 30911EU—324000000 en hoger 30911JP—324000000 en hoger 30911US—324000000 en hoger *3471-481* A 3471-481A Vertaling van het origineel (NL)
  • Pagina 2: Inhoudsopgave

    Specificaties............................. 3–14 Hoofdstuk 4: Gebruik........................... 4–1 Voorafgaand aan de werking......................4–1 Dagelijks onderhoud uitvoeren ....................4–1 De Turf Pro 500SL robotmaaier bedienen................4–1 Werkingsterminologie........................4–2 Maaien in patronen ........................4–4 Display gebruikersinterface ....................... 4–6 Overzicht van de menu's ......................4–12 Verbinding maken met een ander bekend netwerk..............
  • Pagina 3 Overzicht onderhoud ........................5–1 Aanbevolen onderhoudsschema....................5–2 Onderhoud elektrisch systeem ..................... 5–3 De bedrading controleren......................5–3 Onderhoud van de accu......................5–3 Onderhoud van de maai-eenheid....................5–3 Het maaidek controleren......................5–3 De maaimessen vervangen ....................... 5–4 Overzicht van het vervangen van messen ................5–5 Reinigen..............................
  • Pagina 4: Hoofdstuk 1: Inleiding

    Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met Toro de klantenservice. U dient hierbij altijd het model- en het serienummer van het product te vermelden.
  • Pagina 5: Belangrijk

    BELANGRIJK U kunt met uw mobiele apparaat de QR-code op het plaatje met het serienummer (indien aanwezig) scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie. Model- Serie- nummer: nummer: Handleidingconventies Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met het volgende veiligheidssymbool, dat duidt op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen.
  • Pagina 6: Classificaties Voor Veiligheidswaarschuwingen (Vervolg)

    Classificaties voor veiligheidswaarschuwingen (vervolg) OPGELET Voorzichtig: een mogelijk gevaarlijke situatie die, als deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of middelmatig letsel. Inleiding: Handleidingconventies Pagina 1–3 3471-481 A...
  • Pagina 7: Hoofdstuk 2: Veiligheid

    Hoofdstuk 2 Veiligheid Algemene veiligheid • De bestuurder/supervisor van de machine is verantwoordelijk voor ongevallen of schade aan andere personen of hun eigendommen. • Lees, begrijp en volg al deze instructies op voordat u de machine gebruikt. • Onjuist gebruik of onderhoud van de machine kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Om dit risico te verminderen, dient u alle veiligheidsinstructies op te volgen.
  • Pagina 8 • We raden aan om de machine niet te gebruiken tijdens het besproeien of irrigeren van het werkgebied. • Gebruik alleen accessoires die door Toro zijn goedgekeurd om het risico van brand, elektrische schokken of letsel te voorkomen. • Druk op de stopknop van de machine en wacht tot de messen volledig tot stilstand zijn gekomen voordat u de machine hanteert.
  • Pagina 9: De Machine Veilig Onderhouden

    • Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers in goede staat zijn en vervang ze indien nodig. • Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires van Toro voor de beste prestaties. Andere vervangingsonderdelen en accessoires gebruiken kan gevaarlijk zijn. 3471-481A Pagina 2–3...
  • Pagina 10: Veiligheid Bij Het Omgaan Met De Batterij En Het Laadstation

    Veiligheid bij het omgaan met de batterij en het laadstation • Reinig de oplaadterminals op de machine en/of het laadstation met een niet-geleidend gereedschap (doek of zachte borstel); anders kan er schade ontstaan. • Veeg de oplaadterminals op het laadstation en de machine schoon met een schone, droge doek als ze vuil zijn.
  • Pagina 11: De Machine Veilig Opbergen

    • Gebruik geen laadstation dat een scherpe of zware klap heeft gekregen. • Gebruik geen ander laadstation dan het station dat is ontworpen voor de machine. • Haal de stekker van het laadstation uit het stopcontact voordat u onderhoud uitvoert of het laadstation schoonmaakt om het gevaar op elektrische schokken te verkleinen.
  • Pagina 12: Veiligheids- En Instructiestickers

    Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers. Sticker onderdeel: 163-3955 s_decal163-3955 Besproei de maaier niet met water. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. De maaier is beveiligd met een toegangscode.
  • Pagina 13: Hoofdstuk 3: Productoverzicht

    Hoofdstuk 3 Productoverzicht Overzicht van de RTK gps • Standaard gps-positioneringsgegevens die met behulp van satellieten die GNSS (Global Navigation Satellite System, wereldwijd satellietnagivatiesysteem) gebruiken worden opgehaald, zijn tussen 5 m en 10 m nauwkeurig. Dit komt doordat het signaal dat van een satelliet ontvangen wordt, vervormd wordt door atmosferische en omgevingsfactoren.
  • Pagina 14: Overdracht Van Correcties Via 4G

    Overdracht van correcties via 4G G520851 Een basisstation kan correcties aan meerdere robots doorgeven, maar elke robot moet correcties van slechts 1 basisstation ontvangen om de correcties consistent te houden. Basisonderdelen van het RTK gps-maaisysteem G520852 Dit onderwerp beschrijft de mechanische kenmerken van de robot. Een gebruiker kan directe controle uitoefenen over de robot met behulp van de gebruikersinterface.
  • Pagina 15 • kan de gebruiker opdrachten geven aan de robot, zijn prestaties beoordelen en de configuratie aanpassen. 3471-481A Pagina 3–3 Productoverzicht: Overzicht van de RTK gps...
  • Pagina 16: Productoverzicht Turf Mower 500 Sl

    Productoverzicht Turf Mower 500 SL Bovenaanzicht G519921 Sonars voor de Laadcontacten Stopknop Voorwielen detectie van Bumper Behuizing obstakels Achterwielen Onderaanzicht G529049 Maaikoppen Accu Verzegelde Spoel elektronische doos Voorwielen Achterwielen (smartbox) Productoverzicht: Productoverzicht Turf Mower 500 SL Pagina 3–4 3471-481 A...
  • Pagina 17 Aan-/uitschakelaar Beschermschijf Laadcontacten Maaikop G526500 Motorbehuizing Antifrictieschijf Pantograaf Beugel Kabeldoorvoer Steunschijf maaimessen Opmerking: De steunschijf voor de maaimessen (D), de antifrictieschijf (E) en de maaimessen (F) worden samen de 'maaischijf’ genoemd. Voedingsschakelaar De aan-uitschakelaar bevindt zich onder het deksel aan de rechterkant achteraan van de robot.
  • Pagina 18: Rtk Gps-Antenne

    RTK gps-antenne G519918 Dit is een specifieke GNSS-antenne die vooraan in het midden van de behuizing is geïnstalleerd. Ze wordt gebruikt om gegevens over de globale positie van robot van satellieten te ontvangen. Identificatielabel Het identificatielabel bevindt zich aan de binnenkant van het stopknopdeksel, zoals hieronder afgebeeld.
  • Pagina 19: Sonars Voor De Detectie Van Obstakels

    Overzicht sensoren De Turf Pro 500SL is uitgerust met een uitgebreid stel sensoren die voor een veilige werking zorgen. Deze sensoren zorgen ervoor dat de robot kan detecteren en reageren als er een zich een obstakel op zijn pad bevindt, of als een klein voorwerp dreigt beschadigd te worden door de maaimessen.
  • Pagina 20 Overzicht sensoren (vervolg) Bumper De bumper is een druksensor die detecteert wanneer de robot een obstakel raakt. De robot beweegt met een lage snelheid omdat de sonardetectoren het obstakel al gedetecteerd hebben. Wanneer de bumper het obstakel raakt, beweegt de robot achteruit en draait dan in een hoek totdat hij het obstakel kan ontwijken.
  • Pagina 21 Overzicht sensoren (vervolg) Hefsensoren G525072 De hefsensoren zijn op 4 punten van de behuizing van robot bevestigd. Als de robot een laag voorwerp raakt dat het koetswerk omhoogduwt of als iemand de behuizing probeert op te tillen, zullen de hefsensoren reageren. De robot stopt met maaien en beweegt achteruit. Als deze beweging het obstakel van de behuizing losmaakt, voert de robot een manoeuvre uit om het object te ontwijken en gaat verder met maaien.
  • Pagina 22: Werktuigen/Accessoires

    Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd origineleToro onderdelen en accessoires aanschaffen.
  • Pagina 23: Overzicht Laadstation

    Overzicht laadstation Onderdelen van het laadstation G525910 Bezettingssensor Laadarmen Basis 3471-481A Pagina 3–11 Productoverzicht: Overzicht laadstation...
  • Pagina 24 Achteraanzicht van het laadstation (configuraties met 2 zonelichten afgebeeld) (vervolg) Achteraanzicht van het laadstation (configuraties met 2 zonelichten afgebeeld) G520731 Identificatielabel Ledindicators Productoverzicht: Overzicht laadstation Pagina 3–12 3471-481 A...
  • Pagina 25: Ledindicatoren

    Onderaanzicht van het laadstation(configuraties met 2 zonelichten afgebeeld) (vervolg) Onderaanzicht van het laadstation(configuraties met 2 zonelichten afgebeeld) G520732 Ingang perimeterdraad Ingang voedingskabel Ledindicatoren De ledindicatoren geven de huidige status van elke draad aan. Raadpleeg de volgende tabel. Groen - knipperend De draad werkt normaal Rood - knipperend Er kan geen perimeterdraad worden...
  • Pagina 26: Specificaties

    Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Capaciteit Maximaal werkgebied [m 75.000 m Aanbevolen werkgebied [m 55.000 m Maaibreedte [mm] 1033 mm Werksnelheid [kph] 3,6 km/h Maximale helling [%] 45% (24°) Maaien Aantal maaikoppen Aantal maaimessen Minimale maaihoogte (standaard schijf of lage 20 mm of 15 mm maaischijf)
  • Pagina 27: Software En Monitoring

    Software en monitoring Pincode voor beveiliging Gps-locatie Robotbeheer via server en app. Standaard Intelligentie Sonardetectie van obstakels Meerdere Terugkeren naar station via gps Type maaien Met patroon Meervoudige startzone Meerdere velden (optioneel) Meerdere robots/station Veiligheid Sonars voor de detectie van obstakels Resistente bumper voor botsing Hefsensoren vooraan Hefsensoren achteraan...
  • Pagina 28: Hoofdstuk 4: Gebruik

    Voer elke dag, voordat u de machine start, de dagelijkse procedures uit die beschreven staan in het onderhoudsschema. De Turf Pro 500SL robotmaaier bedienen Uw robot gebruikt het RTK gps-positioneringssysteem, wat betekent dat hij in rechte lijnen, volgens een patroon kan maaien.
  • Pagina 29: Werkingsterminologie

    Werkingsterminologie De onderstaande afbeelding toont een typische robotconfiguratie die door uw technicus is geïnstalleerd. Elementen van een robotinstallatie G525073 1. Grens van het werkgebied Dit kan een fysieke perimeterdraad zijn of een door gps gedefinieerde veiligheidsgrens. Als de grens gedefinieerd wordt door een draad, wordt het gebied daarbinnen een perceel genoemd.
  • Pagina 30 Werkingsterminologie (vervolg) Dit zijn werkgebieden die worden gedefinieerd door een reeks gps-punten. De robot kan ingepland worden om in deze gebieden te werken teneinde de prestaties van de robot te optimaliseren. 6. Obstakel Dit is een object dat de robot moet vermijden wanneer hij aan het maaien is. 7.
  • Pagina 31: Maaien In Patronen

    Maaien in patronen De onderstaande afbeelding laat zien hoe de robot werkt in patroonmodus. Aan het begin van de werkcyclus verlaat de robot het station en volgt de lusdraad van het station tot hij in het werkgebied komt. Hij berekent zijn patroon en beweegt naar het begin van het patroon (startpunt cyclus 1).
  • Pagina 32: Maaien In Patronen (Vervolg)

    Maaien in patronen (vervolg) Tijdens het maaien in patronen draait de robot voordat hij de perimeterdraad bereikt, zodat de rand van de zone niet gemaaid wordt. Het is daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat de robot de rand minstens 2 keer per week maait. Om het aantal keren in te stellen dat de robot de rand maait, selecteert u het menu Settings (instellingen) >...
  • Pagina 33: Display Gebruikersinterface

    Display gebruikersinterface Onder het deksel van de stopknop bevindt zich een smartbox, die de boordcomputer bevat om de werking van uw robot te managen. Met deze interface kunt u de huidige status bekijken, de instellingen wijzigen en bepaalde instructies geven. G531426 Onderdelen van de gebruikersinterface De configuratie-interface bestaat uit volgende onderdelen:...
  • Pagina 34: Het Ledscherm

    Display gebruikersinterface (vervolg) Knop accepteren Hiermee accepteert u een handeling of instelling. Knop menu Service (onderhoud) Biedt een aantal commando's die meestal worden gebruikt door het onderhoudspersoneel. Zie het menu Service Settings (onderhoudsinstellingen). Knop menu Settings (instellingen) Hiermee kunt u operationele instellingen definiëren. Zie het menu Settings (instellingen). Knop menu Actions (acties) Hiermee kunt u een aantal bedieningsinstructies geven.
  • Pagina 35 Display gebruikersinterface (vervolg) Geeft aan dat de robot ten minste 4 satellieten kan detecteren en zijn huidige locatie kent. Als de gps-indicatie knippert, geeft dit aan dat de robot niet voldoende satellieten kan detecteren. Om het aantal gedetecteerde satellieten te zien. Niveau mobiel signaal Geeft aan dat de robot een mobiel signaal heeft.
  • Pagina 36 Display gebruikersinterface (vervolg) Service settings (onderhoudsinstellingen) Biedt een stel commando's die het meest worden gebruikt door onderhoudstechnici. In de onderstaande tabel staan alle commando's die beschikbaar zijn via deze drie menukeuzes. Commando/parameter Route Activeringscode Service settings > Device (Onderhoudsinstellingen > apparaat) Service settings >...
  • Pagina 37 Display gebruikersinterface (vervolg) Commando/parameter Route Taal Service settings > Regional parameters (Onderhoudsinstellingen > regionale parameters) Breedtegraad Service settings > Device > Device info (Onderhoudsinstellingen > apparaat > info apparaat) Lengtegraad Service settings > Device > Device info (Onderhoudsinstellingen > apparaat > info apparaat) MAC-adres Service settings >...
  • Pagina 38 Display gebruikersinterface (vervolg) Commando/parameter Route Systeemversie Service settings > Device (Onderhoudsinstellingen > apparaat) Tijdzone Service settings > Regional parameters (Onderhoudsinstellingen > regionale parameters) Eenhedensysteem Service settings > Regional parameters (Onderhoudsinstellingen > regionale parameters) Versie Service settings > Device > System version (Onderhoudsinstellingen >...
  • Pagina 39: Overzicht Van De Menu's

    Overzicht van de menu's Menu Actions (acties) De handelingen in dit menu zijn afhankelijk van de huidige status van de machine. • wanneer de robot zich in het veld bevindt. • wanneer de robot zich in het laadstation bevindt. Acties wanneer de robot zich in het veld bevindt Overzicht van het menu Actions (acties) in het veld G525105 Deze acties kunnen op de robot worden uitgevoerd wanneer hij zich niet in het laadstation...
  • Pagina 40: De Acties Uitvoeren

    Overzicht van de menu's (vervolg) Acties wanneer de robot zich in het laadstation bevindt Overzicht van het menu Actions (acties) aan het laadstation G525106 Gebruik deze acties om het normale werkschema op te heffen. 1. Nu maaien Verlaat het laadstation en ga verder met maaien. 2.
  • Pagina 41: Menu Settings (Instellingen)

    Overzicht van de menu's (vervolg) Opmerking: Als de actie niet start, zelfs al lijkt het deksel het contact te sluiten, raadpleeg dan de handleiding voor de technicus. Menu Settings (instellingen) Met deze commando’s kunt u instellingen definiëren die de werking van de robot regelen. Overzicht van het menu Settings (instellingen) G525110 Zie ook: LCD settings (instellingen lcd)
  • Pagina 42 Overzicht van de menu's (vervolg) 2. Druk op de pijltjes omhoog en omlaag om Schedule (schema) te markeren en druk op . Er verschijnt een scherm zoals hieronder. In het onderstaande voorbeeld zijn er twee kolommen voor elke dag omdat er twee percelen zijn gedefinieerd. Dit toont het huidige schema, waarbij de witte blokken de tijd weergeven dat de robot in één perceel werkt.
  • Pagina 43 Overzicht van de menu's (vervolg) G525113 6. Gebruik de pijltjes omlaag om de gewenste periode in de dag te selecteren en druk op G525114 7. Gebruik het numerieke toetsenbord om de begin- en eindtijd in te voeren waar de cursor knippert en druk vervolgens op G525116 3471-481A...
  • Pagina 44: Schema's Van De Ene Dag Naar De Andere Kopiëren

    Overzicht van de menu's (vervolg) 8. Druk op de pijltjestoets omlaag om het actieve selectievakje te selecteren. 9. Druk op om de gedefinieerde sessie te activeren. Opmerking: In de bovenstaande afbeelding is periode 1 actief, periode 2 is inactief. 10. Herhaal de procedure voor alle dagen en de gewenste tijdsperioden. Opmerking: U kunt het gedefinieerde schema naar een andere dag kopiëren.
  • Pagina 45: Het Werkschema Negeren

    Overzicht van de menu's (vervolg) G525119 4. Druk op 5. Druk op om terug te gaan naar het overzicht van het schema. Het werkschema negeren 1. Druk op 2. Markeer Edit (bewerken). 3. Druk op 4. Gebruik de pijltjestoetsen om Follow sched. (Schema volgen) te markeren en druk op om het vinkje te verwijderen.
  • Pagina 46 Overzicht van de menu's (vervolg) G525121 Opmerking: Deze afbeelding geeft aan dat de maaikoppen ingeschakeld zijn. 3. Druk op de cijfertoets(en) die overeenkomt (overeenkomen) met de maaikop(pen) die u wilt in- of uitschakelen. G525122 Opmerking: Als u op 0 op het numerieke toetsenbord drukt, worden alle maaikoppen geselecteerd.
  • Pagina 47: Het Aantal Grensmodusacties Per Week Instellen

    Overzicht van de menu's (vervolg) Grens Dit menu stelt het aantal keren in dat de grensmodus elke week voor elk perceel wordt gebruikt. De grensmodus wordt op regelmatige tijdstippen tijdens de week geïmplementeerd. Het aantal grensmodusacties per week instellen 1. Druk op 2.
  • Pagina 48: De Maaihoogte Instellen

    Overzicht van de menu's (vervolg) Opmerking: Houd er rekening mee dat als u de maaihoogte instelt op 25 mm of minder, dit zal leiden tot een verhoogde slijtage van de witte plastic afdekking van de antifrictieschijf. Zie afbeelding 7: detail van de maaikop. In dit geval moet dit onderdeel regelmatig worden geïnspecteerd (minstens om de 2 maanden) en indien nodig worden vervangen.
  • Pagina 49: Maaien Op Een Specifiek Perceel Uitschakelen

    Overzicht van de menu's (vervolg) 4. Markeer het perceel waarin de maaihoogte moet worden gewijzigd en gebruik dan de pijltjestoetsen links en rechts om naar de gewenste waarde te scrollen. Druk op de nieuwe hoogte in te stellen. Opmerking: Als de hoogte voor het actieve perceel wordt gewijzigd, worden de maaikoppen omhoog- of omlaaggebracht.
  • Pagina 50 Overzicht van de menu's (vervolg) 1. Volg de bovenstaande instructies om het scherm Cutting Height (maaihoogte) te openen. 2. Klik op Set target (Doel instellen). 3. Markeer het perceel waar niet gemaaid hoeft te worden. Scrol met de pijlen rechts/links door de waarden en selecteer Disabled (uitgeschakeld).
  • Pagina 51: Menu Service Settings (Onderhoudsinstellingen)

    Overzicht van de menu's (vervolg) het lcd-contrast automatisch aangepast aan de omgevingstemperatuur. Druk op deze optie aan of uit te vinken. 4. Druk op de toets 9 om de kleuren zwart en wit om te keren. 5. Druk op de toets 0 om terug te keren naar de fabrieksinstellingen. 6.
  • Pagina 52 Overzicht van de menu's (vervolg) Verbindingen Het is om de volgende redenen noodzakelijk om verbinding te maken met de robot: • Door de robot te laten communiceren met het portaal op de webserver kunnen gebruikers de status van de robot monitoren. •...
  • Pagina 53 Overzicht van de menu's (vervolg) Netwerkoverzicht • Netwerken in het vet zijn netwerken waarmee de robot verbinding heeft gemaakt. • Netwerken die niet in het vet staan, zijn netwerken die beschikbaar zijn, maar niet zijn gebruikt. • [*] geeft het huidige netwerk aan waarmee de robot verbonden is •...
  • Pagina 54: Verbinding Maken Met Een Ander Bekend Netwerk

    Overzicht van de menu's (vervolg) Verbinding maken met een ander bekend netwerk 1. Om verbinding te maken met een ander bekend netwerk, markeert u het netwerk, drukt u op en selecteert u Enable Network (netwerk inschakelen). 2. Als u het huidige netwerk wilt wijzigen, markeert u het netwerk en drukt u op .
  • Pagina 55: De Robot Gebruiken Als Een Client

    Overzicht van de menu's (vervolg) De robot gebruiken als een client Voor normaal gebruik wordt aanbevolen om de robot in te stellen als een wifi-client. Hierdoor kan hij communiceren met het portaal op de webserver. 1. Druk op 2. Markeer Connections (verbindingen) en druk op 3.
  • Pagina 56 Overzicht van de menu's (vervolg) Max. toegestane korte cycli Deze parameter stelt het maximum aantal keren in dat de robot terugkeert naar het station na het uitvoeren van een zeer korte cyclus, voordat er een alarm wordt geactiveerd. Gebruik: Voorafgaand aan de werking Pagina 4–29 3471-481 A...
  • Pagina 57: Info Over Het Apparaat Raadplegen

    Overzicht van de menu's (vervolg) Apparaat In dit menu worden de kenmerken van het apparaat weergegeven en kunt u de naam van de robot wijzigen. De naam van de robot wijzigen Standaard komt de naam van de robot overeen met het serienummer. 1.
  • Pagina 58 Overzicht van de menu's (vervolg) Breedtegraad Huidige breedtegraad van de robotpositie. Lengtegraad Huidige lengtegraad van de robotpositie. Zichtbare satellieten Aantal satellieten dat het apparaat momenteel kan detecteren. Identificatie van het Access Point Netwerk (toegangspuntnetwerk). MAC-adres MAC-adres. Systeemversie Softwareversie De huidige softwareversie. •...
  • Pagina 59: Hoofdstuk 5: Onderhoud

    Hoofdstuk 5 Onderhoud Overzicht onderhoud • Onderhoud verwijst naar een stel taken die regelmatig moeten worden uitgevoerd tijdens het maaiseizoen. • Het onderhoudsinterval hangt tot op zekere hoogte af van de belasting van uw robot, maar we bevelen aan om deze minstens een keer per jaar door een erkende technicus te laten onderhouden.
  • Pagina 60: Aanbevolen Onderhoudsschema

    Aanbevolen onderhoudsschema Opmerking: Deze procedures dienen met de aanbevolen frequentie worden uitgevoerd door de regelmatige gebruiker van de robot. Opmerking: Tijdens het maaiseizoen moet u regelmatig controleren of alle schroeven, moeren en bouten goed vastzitten. Draai alle schroeven, moeren en bouten die loszitten aan en neem contact op met een erkende technicus als er schade of aanwijzingen voor een probleem zijn.
  • Pagina 61: Onderhoud Elektrisch Systeem

    Onderhoud elektrisch systeem De bedrading controleren Controleer de bedrading onder de robot visueel. Neem contact op met een erkende servicedealer als u problemen vaststelt. Onderhoud van de accu De automatische (geprogrammeerde) werking van de robot optimaliseert de levensduur van de accu. Het is raadzaam om de robot zijn werkcycli te laten beheren. Als deze werkcycli ongewoon kort lijken, neem dan contact op met een erkende servicedealer om de conditie van de accu te controleren.
  • Pagina 62: De Maaimessen Vervangen

    De maaimessen vervangen De staat van de maaimessen is essentieel voor een bevredigend maairesultaat. De levensduur van de messen hangt van een aantal factoren af. Onderdelen van de maaischijf moeten worden vervangen als ze beschadigd zijn. WAARSCHUWING De maaimessen zijn scherp; de maaimessen aanraken kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
  • Pagina 63: Overzicht Van Het Vervangen Van Messen

    Overzicht van het vervangen van messen De frequentie waarmee de messen vervangen moeten worden, hangt af van het type robot, het gebruik ervan en de grond waarop hij werkt. Aangezien de staat van de messen essentieel is voor een goed maairesultaat, raden wij u aan om dit onderdeel van uw robot elke week na installatie en aan het begin van elke nieuw maaiseizoen te controleren.
  • Pagina 64: Reinigen

    Reinigen De machine schoonmaken Tijdens periodes van nat weer moet u ervoor zorgen dat er zich geen modder of gras ophoopt op de bewegende onderdelen: de wielen en de maaikoppen. Deze moeten dagelijkse worden gecontroleerd en schoongemaakt. 1. Druk op de rode knop om de robot te stoppen. 2.
  • Pagina 65: Sensoren Van De Sonar Reinigen (Vervolg)

    1. Verwijder modder en gras met een staalborstel of een doek. 2. Controleer of de wielen gemakkelijk draaien en of er niet te veel speling is. Als er te veel speling is, moet u de wielen vervangen door originele vervangonderdelen van Toro. De as van het voorwiel schoonmaken 1.
  • Pagina 66: De Maaikop Schoonmaken (Vervolg)

    1. Maak de maaischijf schoon met een borstel. Als er perslucht beschikbaar is, krijgt dit de voorkeur. 2. Controleer of de maaischijf soepel draait. Als er een probleem is, moet u de maaischijven vervangen door originele vervangonderdelen van Toro. De achterwielen schoonmaken Verwijder modder en gras met een staalborstel.
  • Pagina 67: Hoofdstuk 6: Opslag

    Hoofdstuk 6 Opslag De machine stallen 1. Laad de machine volledig op. 2. Zet de machine uit. 3. Maak de machine schoon. 4. Stal de machine op een droge, beschermde en vorstvrije plek. Opmerking: Bescherm het laadstation met een afdakje of een zeil. Het is niet nodig om het laadstation uit te schakelen.
  • Pagina 68: Hoofdstuk 7: Vermeldingen

    Hoofdstuk 7 Vermeldingen Uw robot voldoet aan de Europese normen. Recyclen: afgedankte elektrische en elektronische apparatuur wordt selectief ingezameld. Recycle uw robot volgens de geldende normen. Pictogrammen op de accu Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de documentatie voordat u de accu overhandigt en gebruikt.
  • Pagina 69: Hoofdstuk 8: Afkortingen

    Hoofdstuk 8 Afkortingen Access Point Name (gsm) (toegangspuntnaam) Battery Management System (accubeheersysteem) Lithium Ferrous Phosphorous (lithium- ijzerfosfaat) Ultra Wide Band (ultra wideband) Central Processing Unit (centrale verwerkingseenheid) Global Positioning System (wereldwijd plaatsbepalingssysteem) Access Point (Wifi) (toegangspunt) Real Time Kinematic (realtimekinematica) GNSS Global Navigation Satellite System (wereldwijd satellietnavigatiesysteem)
  • Pagina 70: Hoofdstuk 9: Verklarende Woordenlijst

    Hoofdstuk 9 Verklarende woordenlijst Grensmodus Wanneer de robot het gras aan de rand van het veld maait. Dit gebeurt een aantal keer per week. Cyclus Een cyclus is een werksessie van de robot. Hij begint wanneer de robot het station verlaat en eindigt wanneer hij terugkeert naar het station of wanneer er een probleem is dat de werkcyclus onderbreekt.
  • Pagina 71 Gps-zone (vervolg) Dit biedt meer flexibiliteit bij het definiëren van werkgebieden, omdat gepland kan worden dat de robot met optimale efficiëntie over de zones werkt. Inactief Een robot gaat in de inactieve stand als de huidige opdracht is beëindigd met de stopknop. Standaard schakelt de robot na 15 minuten over naar de slaapstand.
  • Pagina 72 Perimeterdraad Een draad die onder het oppervlak van het veld wordt gelegd en het gebied afbakent waarin de robot werkt. Het gebied dat gedefinieerd wordt door de perimeterdraad wordt een 'perceel' genoemd. Pseudo-eiland De perimeterdraad wordt om het obstakel heen gelegd, waarbij een specifieke afstand tussen de naderings- en retourdraad wordt aangehouden.
  • Pagina 73: Stationslus

    Slaapstand (vervolg) De robot kan uit de slaapstand worden gehaald door: • het alarm te wissen en de robot in te schakelen met behulp van de knop op het ledscherm; • de robot naar het laadstation te duwen als de accu leeg is; •...
  • Pagina 74 Trackgrens (vervolg) Manoeuvreren om een obstakel binnen de trackgrens te vermijden G520315 Trackdraad Beweging van de robot langs de lusdraad bij het binnenkomen en verlaten van het station. Verklarende woordenlijst: De machine uit de stalling halen Pagina 9–5 3471-481 A...
  • Pagina 75: Opmerkingen

    Opmerkingen:...

Deze handleiding is ook geschikt voor:

30911can30911eu30911jp30911us324000000

Inhoudsopgave