Overzicht van de menu's (vervolg)
De robot gebruiken als een client
Voor normaal gebruik wordt aanbevolen om de robot in te stellen als een wifi-client.
Hierdoor kan hij communiceren met het portaal op de webserver.
1. Druk op
2. Markeer Connections (verbindingen) en druk op
3. Markeer Mode (modus) en stel deze in op Client. Als de robot nog niet met een wifi-
netwerk verbonden is, kunt u door de optie Search for networks (zoeken naar
netwerken) te selecteren naar netwerken zoeken en een lijst met beschikbare
netwerken weergeven.
4. Markeer het gewenste wifi-netwerk en druk op
5. Voer het wachtwoord voor het netwerk in met het toetsenbord.
6. Markeer (V) en druk op
Werking
Met dit menu kunt u een aantal bedrijfsparameters instellen:
Min. temperatuur
Stelt de laagste temperatuur in waarbij de robot zal werken.
Opmerking:
Perceelpercentage bewerken
Met deze optie kunt u de percentagewaarden bekijken en wijzigen die aan elk van de
gedefinieerde percelen zijn toegewezen. De percentagewaarde die aan een perceel is
toegewezen, bepaalt hoe vaak de robot in het perceel gaat werken. Een gedefinieerd
schema voor de robot om in specifieke percelen te werken heeft voorrang op deze
percentagewaarden.
Rem bij inactiviteit
Wanneer deze optie is aangevinkt als AAN, wordt er ten minste één rem geactiveerd
wanneer de robot stilstaat. Dit zorgt ervoor dat de robot niet van een helling afglijdt als:
• de robot gestopt is vanwege een alarm;
• de gebruiker de robot handmatig heeft gestopt;
• het deksel van de stopknop open is.
Als de remmen geactiveerd zijn door deze optie, kunt u ze uitschakelen (of weer
inschakelen) door op 5 te drukken. De remmen worden ook weer vrijgezet wanneer de robot
opnieuw normaal begint te werken.
Deze optie hoeft niet ingesteld te worden als het werkterrein vlak is, en staat standaard op
UIT.
3471-481A
.
.
Werken bij een te lage temperatuur kan het gras beschadigen.
.
.
Pagina 4–28
Gebruik: Voorafgaand aan de werking