ten volgens een genormaliseerde testprocedure
en kunnen worden gebruikt om elektrische ge-
reedschappen onderling te vergelijken.
De opgegeven totale trillingsemissiewaarden en
de vermelde geluidsemissiewaarden kunnen ook
worden gebruikt voor een voorlopige inschatting
van de belasting.
Waarschuwing:
De trillings- en geluidsemissies kunnen tijdens de
inzet van het elektrisch gereedschap afwijken van
de vermelde waarden, afhankelijk van de manier
waarop het wordt gebruikt, en met name van wat
voor soort werkstuk wordt bewerkt.
Beperk de werktijd!
Daarbij moet rekening worden gehouden met
alle aandelen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld
tijden waarin het elektrisch gereedschap is uitge-
schakeld, en zulke, waarin het weliswaar is inge-
schakeld maar loopt zonder belasting).
Beperk de geluidsontwikkeling en vibratie tot
een minimum!
•
Gebruik enkel intacte toestellen.
•
Onderhoud en reinig het toestel regelmatig.
•
Pas uw manier van werken aan het toestel
aan.
•
Overbelast het toestel niet.
•
Laat het toestel indien nodig nazien.
•
Schakel het toestel uit als het niet wordt ge-
bruikt.
•
Draag handschoenen.
Restrisico's
Er blijven altijd restrisico's bestaan, ook al
wordt dit elektrisch gereedschap zoals voor-
geschreven bediend. De volgende gevaren
kunnen zich voordoen in verband met de
bouwwijze en uitvoering van dit elektrisch
gereedschap:
1. Longletsel indien er geen geschikt stofmas-
ker wordt gedragen.
2. Gehoorschade indien er geen geschikte ge-
hoorbescherming wordt gedragen.
Anl_GE_CM_36_33_Li_SPK2.indb 45
Anl_GE_CM_36_33_Li_SPK2.indb 45
NL
5. Vóór inbedrijfstelling
De grasmaaier wordt deels gemonteerd geleverd.
De schuifbeugel en de opvangkorf moeten wor-
den gemonteerd, voordat u de grasmaaier gebru-
ikt. Volg de gebruiksaanwijzing stap voor stap en
richt u bij de montage naar de afbeeldingen.
Aanwijzing! Noodzakelijke montagedelen
(schroeven, kabelgeleidingen enz.) of functionele
delen (bijv. stekker, sleutels enz.) kunnen in de
vormdelen van de verpakking zitten of aan het
apparaat.
Montage van de schuifbeugel (fi g. 3 tot 5)
Als eerste moeten de onderste schuifbeugel links
(fi g. 3, pos.10) en rechts (fi g. 3, pos. 11) met de
bevestigingsschroeven (fi g. 3, pos. 12,13a) aan
de behuizing van de maaier worden bevestigd.
De bovenste schuifbeugel moet dan op de on-
derste schuifbeugel worden geschoven en met de
schroeven (fi g. 4, pos. 13,13a) worden bevestigd.
Daarvoor zitten aan de onderste schuifbeugel tel-
kens 2 verschillende gaten om de hoogte van de
steel aan te passen aan de gebruiker. Vervolgens
met de kabelhouders (fi g. 5, pos. 14) de aansluit-
leiding bevestigen aan de schuifbeugel.
Montage van de opvangkorf (zie fi g. 6)
Om de opvangkorf in te hangen moet de motor
worden uitgeschakeld en mag het snijmes niet
draaien. Uitwerpklep (fi g. 6, pos. 6) met één hand
optillen. Met de andere hand de opvangkorf aan
de handgreep vasthouden en van boven inhan-
gen (fi g. 6).
Vulstandindicator opvanginrichting
De opvanginrichting bezit een vulstandindicator
(fi g. 1, pos. 15). Deze wordt geopend door de
luchtstroom, die de maaier tijdens het bedrijf ge-
nereert. Als de klep tijdens het maaien dichtvalt,
dan is de opvanginrichting vol en moet hij worden
leeggemaakt. Voor een foutloze werking van de
vulstandindicator moeten de gaten onder de klep
altijd schoon en doorlatend zijn.
Verstelling van de maaihoogte
Let op!
Het verstellen van de maaihoogte mag alleen
worden uitgevoerd bij uitgeschakelde motor en uit
het stopcontact getrokken veiligheidsstekker.
De verstelling van de maaihoogte moet als volgt
worden uitgevoerd (zie fi g. 7):
- 45 -
06.03.2025 07:42:21
06.03.2025 07:42:21