VOORINSTELLINGEN BEWERKEN: WEERGAVE VOORAF INGESTELDE
In de voorinstellingsweergave toont het aanraakscherm de vooraf ingestelde weergave voor de momenteel geladen voorinstelling. Alle signaal-
padelementen worden weergegeven, waarbij de vooraf ingestelde naam, het nummer en de navigatiesymbolen worden weergegeven op het
bovenste lint en een reeks bewerkingscategorieën wordt weergegeven in het onderste lint. Het signaalpad bestaat uit een ingang, een uitgang en
blokken (versterker- en effectmodellen en andere signaalpadelementen) ertussen. Versterkers, effecten en andere elementen kunnen eenvoudig
worden toegevoegd, verplaatst en verwijderd uit het signaalpad. Als u een blok wilt bewerken, raakt u het aan om een close-up van de bedien-
ingselementen te zien. Wanneer het signaalpad breder is dan het scherm, veegt u naar links of rechts om extra blokken te zien.
Raak aan om te schakelen tussen lijst-
en vooraf ingestelde weergaven
Touch INSTRUMENT
voor opties voor
signaalpadtypen
Voetschakelaars weerspiegelen "FS-modus: 6 effecten". Druk op de voetschakelaar om de actieve/inactieve
statussen van de effectvoetschakelaar in te schakelen
VOORAF INGESTELDE WEERGAVE: BOVENSTE LINT
Het bovenste lint heeft verschillende vooraf ingestelde basisweergavebesturingselementen, die elk eenvoudig worden geactiveerd door ze aan te
raken. Van links naar rechts zijn dit:
• LIJSTWEERGAVE: Wanneer u een voorinstelling bewerkt, tikt u op de pijl-terug in de lijstweergave linksboven om terug te keren naar de lijstweergave.
• FAVORIETE STER: Voor het aanwijzen van voorinstellingen als favorieten. Om dit te doen, raakt u gewoon de ster aan, die vervolgens blauw wordt.
• VAK VOORINSTELLING NUMMER: Het vak met het vooraf ingestelde nummer is standaard blauw; het wordt rood wanneer de voorin
stelling niet-opgeslagen wijzigingen bevat.
• OPSLAAN: Wanneer u een voorinstelling bewerkt, tikt u op OPSLAAN voor een menu met opslagopties.
VOORAF INGESTELDE WEERGAVE: ONDERSTE LINT
Als u de huidige voorinstelling wilt wijzigen, wordt in de weergave van het signaalpad een array met bewerkingscategorieën op het onderste lint
weergegeven. Tik op Eén om een menu met instellingenopties te krijgen dat specifiek is voor die categorie. Bewerkingscategorieën zijn:
• EXP ASSIGN: Voor het toewijzen van expressiepedaal- en teenschakelfuncties.
• FOOTSWITCH ASSIGN: Voor het configureren van een verscheidenheid aan voetschakelaarfuncties in de effectmodus.
• PSET SETTINGS: Voor selectie van opties op vooraf ingesteld niveau.
• BLOK TOEVOEGEN: Voor het toevoegen van blokken aan het signaalpad.
• TIK OP TEMPO/BPM-INDICATOR: Geeft het vooraf ingestelde tempo weer in BPM.
Vak met vooraf ingesteld nummer en naam van vooraf ingestelde
10
VOORINSTELLINGEN
Raak aan voor het menu Opslaan
Tik op OUTPUT voor
Opties voor
uitvoertoewijzing
Raak een blok aan
om parameters te
bewerken
Zie Voorinstelling-
sweergave: opties
voor het onderste
lint hieronder
Schakelen tussen de
modi Voorinstelling
en FS
Tiktempo instellen
voor actieve
voorinstelling