VOORAF INGESTELDE VOETSCHAKELAAROPDRACHTEN
In de vooraf ingestelde weergave biedt de knop Voetschakelaar toewijzen op het onderste lint de gebruiker toegangscontroleopties in zowel
de modi Effecten als Voorinstellingen, met functies die aan elke voetschakelaar kunnen worden toegewezen, waaronder AAN/UIT, PARAME-
TERWIJZIGING en AMP CONTROL 1/2. Elke voetschakelaar biedt vervolgens plaats aan maximaal vijf bedieningsfuncties om onderschei-
dende en complexe opdrachten te creëren met een enkele druk op een voetschakelaar.
Als u functies wilt toewijzen aan de voetschakelaars, tikt u op Voetschakelaar toewijzen in het onderste lint. Het scherm toont acht toewijsbare
voetschakelaars en hun krabbelstrips. Als u een functie wilt toewijzen aan een voetschakelaar, raakt u een krabbelstrook met een plusteken (+)
aan, selecteert u vervolgens het toewijzingstype en selecteert u een blok of blokken die u met de toewijzing wilt bedienen.
Raak de krabbelstrook
met plussymbool (+) aan
om een nieuwe toewijzing
te maken
Raak de krabbelstrook
aan om de toewijzing
te bewerken
Raak voetschakelaar
aan om te schakelen
tussen actieve en
inactieve statussen
Een voetschakelaaropdracht slepen en neerzetten om deze te verwisselen of te vervangen door een andere voetschakelaar;
Verwijder een toewijzing door deze naar de onderkant van het scherm te slepen:
19
VOORINSTELLINGEN