8. Maak een gat in de ventilatiepijp om de sensor in te plaatsen.
9. Maak een gat in een ventilatiekanaal van metaal, PVC of hard kunststof:
− Ø12 mm in een metalen kanaal, om het doorvoerrubber (M12) te plaatsen
− Ø14 mm in een PVC of harde kunststof buis, om het doorvoerrubber (M12) te
plaatsen
− In geïsoleerde schuimen buizen (bv. Ubbink) is geen gat of doorvoerrubber nodig.
10. Druk de sensor door het doorvoerrubber en plaats deze in het gat (zie figuur 49).
of
11. Druk de sensor rechtstreeks in de geïsoleerde schuimen buis.
12. Druk de sensor in het ventilatiekanaal t/m de dubbele lijn (zie figuur 49),
Figuur 49 Plaatsing van de binnenvoeler in de ventilatiepijp
5.6.7 VERBINDEN MET DE GEMOTORISEERDE MOTORKLEPPEN
Modul-AIR Blue
De motorklep heeft drie elektriciteitsdraden:
• Fase (zwart) - De zwarte draad is het sluitsignaal. Deze is continu bekrachtigd.
• Schakel (wit) - De witte draad is het signaal om te openen. Deze overruled het
sluitsignaal en wordt bekrachtigd zodra Koeling op AAN staat. Dat betekend niet
dat er dan ook gekoeld wordt.
• Nul (blauw) - De blauwe draad is de nul.
Op de positie van Motorklep 1 wordt de klep aangesloten die de extra buitenlucht
regelt naar de Modul-AIR Blue (zie figuur 50). Dit doe je als volgt:
1. Verbind de fase (L) met connector J7, pin 4.
2. Verbind de schakel (T) met connector J7, pin 5.
3. Verbind de nul (N) met connector J8, pin 6.
56