Werking
6.
Laat de buitenboordmotor langzaam zak-
ken tot in de normale stand.
DMU32861
Modellen met kantelbekrachtiging
De buitenboordmotor kan gedeeltelijk op-
waarts worden gekanteld om in ondiep water
te varen.
DCM00260
OPGELET
Kantel de buitenboordmotor nooit zo hoog
dat de koelwaterinlaat in het staartstuk bo-
ven het wateroppervlak komt wanneer u in
ondiep water gaat varen. Dat zou ernstige
schade door oververhitting kunnen ver-
oorzaken.
DMU32952
Procedure voor modellen met kantelbe-
krachtiging
1.
Zet de afstandsbedieningshendel in neu-
traal.
57
2.
Kantel de buitenboordmotor lichtjes om-
hoog tot in de gewenste stand met be-
hulp
van
kantelbekrachtigingsschakelaar.
WAARSCHUWING! Het gebruiken van
de kantelbekrachtigingsschakelaar op
de onderbak terwijl de boot zich voort-
beweegt of terwijl de motor draait, ver-
hoogt het risico van overboord vallen
en kan de bestuurder afleiden, waar-
door het risico van een botsing met
een andere boot of tegen een hinder-
nis wordt vergroot.
UP
UP
DN
3.
Om de buitenboordmotor weer in de nor-
male vaarstand te zetten, drukt u op de
trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar
en kantelt u de buitenboordmotor voor-
zichtig omlaag.
DMU28194
Varen in andere omstandighe-
Varen in zeewater
Na het varen in zeewater moet u de koelwa-
terdoorgangen uitspoelen met zoet water om
te voorkomen dat deze verstopt raken. Spoel
ook de buitenkant van de buitenboordmotor
met zuiver water en spoel de vermogenskop
onder de onderbak indien mogelijk.
de
trim-
[DWM01960]
ZMU01935
den
en