Onderhoud
delen aanraken of verwijderen. Houd
handen, haar en kleren uit de buurt
van het vliegwiel en andere draaiende
onderdelen terwijl de motor draait.
[DWM00091]
6.
Laat de motor enkele minuten draaien
met een snel vrijlooptoerental in neutraal.
7.
Net voor u de motor uitschakelt, sproeit u
snel en afwisselend wat "conserveringso-
lie" in elke carburator of in de conserve-
ringsopening
geluiddemperdeksel, indien voorzien. In-
dien correct uitgevoerd, zal de motor
sterk beginnen roken en bijna stilvallen.
8.
Verwijder de buitenboordmotor van de
testtank.
9.
Installeer
het
dop van de conserveringsopening en de
motorkap.
10. Als er geen "conserveringsolie" beschik-
baar is, laat u de motor met een hoog vrij-
looptoerental
brandstofsysteem leeg is en de motor
stilvalt.
11. Tap het koelwater volledig af uit de mo-
tor. Maak het lichaam grondig schoon.
12. Als er geen "conserveringsolie" beschik-
baar is, dient u de bougie(s) te verwijde-
ren. Giet een theelepel schone motorolie
in elke cilinder. Voer meerdere startbe-
wegingen met de repeteerstarter uit.
Breng de bougie(s) opnieuw aan.
13. Laat de brandstoftank leeglopen.
NOTA:
Bewaar de brandstoftank op een droge, goed
geventileerde plaats, buiten het bereik van
rechtstreeks zonlicht.
61
van
geluiddemperdeksel/de
draaien
tot
DMU28402
Smering
1.
Installeer de bougies en draai ze aan tot
het voorgeschreven aandraaimoment.
Voor informatie over bougie-installatie,
zie pagina 69.
2.
Ververs de tandwielolie. Voor instructies,
zie pagina 74. Controleer de olie op de
aanwezigheid van water die op een lekke
dichting zou wijzen. Het vervangen van
een dichting moet door een bevoegde
het
Yamaha-dealer worden uitgevoerd alvo-
rens het gebruik te hervatten.
3.
Smeer alle smeerpunten. Voor meer in-
formatie, zie pagina 67.
NOTA:
Wanneer u de motor voor lange tijd gaat op-
bergen, is het raadzaam hem te benevelen
met olie. Neem contact op met uw Yamaha-
dealer voor informatie over het benevelen met
olie en andere procedures voor uw motor.
DMU28443
het
Spoelen van het motorblok
Voor een grondige spoeling dient u de proce-
dure onmiddellijk na het afzetten van de mo-
tor uit te voeren.
DCM01530
OPGELET
Voer deze procedure niet uit terwijl de mo-
tor draait. De waterpomp zou erdoor be-
schadigd kunnen raken, wat zou kunnen
leiden tot ernstige schade door oververhit-
ting.
1.
Zet de motor af en schroef het tuinslang-
koppelstuk van de fitting op de onderbak.