(Vervolg)
• In de bagageruimte mogen geen
passagiers worden vervoerd en
tijdens het rijden mogen er geen
passagiers op een neergeklapte
rugleuning zitten of liggen. Alle
passagiers moeten op de juiste
wijze op de stoelen zitten en de
aanwezige
veiligheidsgordels
dragen.
• Controleer na het terugklappen
van de rugleuning of deze goed
vergrendeld is door te proberen
hem naar voren en naar achteren
te bewegen.
• Voorkom
de
kans
brandwonden
en
verwijder
daarom de vloerbedekking in de
bagageruimte
niet.
emissieregelsystemen onder de
vloer
veroorzaken
temperaturen.
WAARSCHUWING
Controleer na het afstellen van de
stoel
altijd
of
vergrendeld, door te proberen deze
naar voren of achteren te schuiven
zonder de ontgrendelhendel te
gebruiken. Als de bestuurdersstoel
abrupt of onverwacht in beweging
komt, kunt u de controle over de
auto verliezen met een ongeval tot
gevolg.
op
De
hoge
Veiligheidssystemen van uw auto
WAARSCHUWING
• Let goed op dat er tijdens het
deze
goed
is
verstellen van de stoel geen
handen of voorwerpen in het
mechanisme bekneld raken.
• Leg geen aansteker op de vloer of
de stoel. Wanneer u de stoel
verstelt, kan er gas uit de
aansteker ontsnappen, waardoor
brand kan ontstaan.
• Als
achterstoelen zitten, wees dan
voorzichtig bij het afstellen van
de voorstoelen.
• Wees uiterst voorzichtig bij het
oppakken van kleine voorwerpen
die onder de stoelen liggen of zich
tussen
middenconsole bevinden. U kunt
hierbij verwondingen oplopen aan
de handen door de scherpe
randen van het stoelmechanisme.
er
inzittenden
op
de
de
stoel
en
de
3 5