• Bij zeer lage buitentemperaturen kan
het schakelen wat moeizamer gaan
zolang de transmissieolie nog koud is.
Dat is normaal en is niet schadelijk
voor de transmissie.
• Als de auto geheel tot stilstand is
gekomen en de 1e versnelling of de
achteruit (R) moeilijk ingeschakeld kan
worden, moet u de versnellingspook in
de stand N (neutraal) zetten en het
koppelingspedaal loslaten. Trap het
koppelingspedaal weer in en schakel
vervolgens de 1e versnelling of de
achteruit (R) in.
LET OP
• Om
vroegtijdige
slijtage
beschadiging van de koppeling te
voorkomen, mag u uw voet
tijdens het rijden niet op het
koppelingspedaal laten rusten.
Gebruik de koppeling ook niet om
de auto stil te laten staan op een
helling (bijvoorbeeld bij een
verkeerslicht).
• Laat tijdens het rijden uw hand
niet op de versnellingspook
rusten omdat hierdoor voortijdige
slijtage aan de schakelvorken in
de transmissie op kan treden.
• Rijd, om mogelijke schade aan
het
koppelingssysteem
voorkomen, niet weg in de 2e
(tweede) versnelling, tenzij u
wegrijdt vanuit stilstand op een
gladde weg.
Met uw auto rijden
WAARSCHUWING
en
• Trek altijd de parkeerrem stevig
aan en zet de motor af voordat u
de auto verlaat. Zet de transmissie
vervolgens in de 1e versnelling als
de auto op een vlakke ondergrond
of opwaartse helling staat, of
schakel de achteruitversnelling (R)
in als de auto op een neerwaartse
helling
staat.
voorzorgsmaatregelen
opvolgt, kan de auto onverwacht
en abrupt in beweging komen.
• Rem op een glad wegdek niet snel
af op de motor (schakelen vanuit
een
hoge
naar
te
versnelling).
Anders kan de auto in een slip
raken
en
veroorzaken.
Als
u
deze
niet
een
lage
een
ongeval
6 21