Met uw auto rijden
WAARSCHUWING
• Wanneer stand P (parkeren)
tijdens
het
rijden
ingeschakeld, kunt u de controle
over de auto verliezen.
• Controleer nadat de auto tot
stilstand is gekomen of stand P
(parkeren) is ingeschakeld, trek
de parkeerrem aan en
motor uit.
• Wanneer
u
op
een
parkeert, moet u de wielen
blokkeren om te voorkomen dat
het voertuig naar beneden rolt.
• Trek voor de veiligheid altijd de
parkeerrem
aan
selectiehendel
in
(parkeren), behalve bij parkeren
in een noodgeval.
• Gebruik stand P (parkeren) niet in
plaats van de parkeerrem.
6
38
R (achteruit)
Gebruik deze stand om de auto achteruit
te rijden.
wordt
LET OP
Laat de auto helemaal tot stilstand
komen alvorens de selectiehendel
in of uit stand R (achteruit) te
zetten. Anders zou de transmissie
zet de
beschadigd kunnen raken.
helling
N (neutraal)
De wielen en de transmissie zijn niet
ingeschakeld.
Gebruik stand N (neutraal) om een
afgeslagen motor opnieuw te starten of
met
de
als u moet stoppen met ingeschakelde
stand
P
motor. Schakel naar P (parkeren) als u
de auto om welke reden dan ook moet
verlaten.
Trap altijd het rempedaal in wanneer u
vanuit N (neutraal) naar een andere
versnelling schakelt.
WAARSCHUWING
Schakel alleen wanneer uw voet
stevig op het rempedaal staat. Door
te schakelen wanneer de motor met
hoog toerental draait, kan de auto
zeer snel vooruitbewegen. U kunt
de controle over het voertuig
verliezen
en
een
veroorzaken.
WAARSCHUWING
Rijd niet met de selectiehendel in
stand N (neutraal).
U kunt niet afremmen op de motor
en het kan leiden tot en ongeluk.
ongeluk