Storingen oplossen bij alarmsignalen en foutcondities
Alle units
Indicatie
Mogelijke oorzaak
Geen
• Geen voeding op spanningsregelaar.
leddisplay
• Display niet correct geplaatst.
• Verbogen of gebroken pennen.
• Unit functioneert niet of slecht.
Display
• Systeemfout
geblokkeerd
• Systeemfout (probleem niet gevonden)
• Systeemfout niet weergegeven
• Alarm
• Alarm (probleem niet gevonden)
Element
• Element of voedingskabel is niet
werkt niet
aangesloten.
• Zekering defect.
• [`set] > [algo] wordt ingesteld op
[`OFF].
• Foutieve invoerbedrading.
• Netstroom niet aangesloten of
uitgeschakeld of te lage spanning.
Spanningsregelaar geeft aan [`alr]
[line] (Line Loss Alarm).
• Interne storing (hoofdprintplaat, open
thryristor, poortschakeling buiten
werking, ader aan voeding en <LM>
aansluiting, printplaat voedings- en
netspanningsmonitor niet correct op
thyristor geplaatst).
Element
• Invoerspanning netvoeding te laag.
werkt slechts
gedeeltelijk
Frequent
• Onjuist berekende doorslagwaarde.
doorgeslagen
zekeringen
• Zekeringen niet goed vastgedraaid.
• Onvoldoende ventilatie of koeling in de
omkasting.
• Regelmatig terugkerende kortsluiting in
element.
I
1 4
Beknopte handleiding
Correctie
• Zorg dat de unit aangesloten en de voeding
ingeschakeld is.
• Zorg dat het display vlak gemonteerd is.
• Maak het display los en controleer de
aansluitpennen; zo nodig repareren of vervangen.
• Stuur de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
• Noteer de fout en probeer de oorzaak van de fout te
vinden.
• Noteer de fout en schakel de spanningsregelaar
vervolgens aan en uit. Kunt u het probleem niet
oplossen, neem dan voor technische assistentie
contact op met de fabriek.
• Schakel de spanningsregelaar aan en uit. Kunt u
het probleem niet oplossen, neem dan voor
technische assistentie contact op met de fabriek of
stuur de unit voor reparatie naar de fabriek terug.
• Noteer het alarm en probeer de oorzaak van het
alarm te vinden.
• Noteer het alarm en schakel de spanningsregelaar
vervolgens aan en uit. Kunt u het probleem niet
oplossen, neem dan voor technische assistentie
contact op met de fabriek.
• Controleer de voeding of de voedingskabel; sluit deze
zo nodig aan.
• Controleer de zekeringen en vervang deze zo nodig.
• Selecteer het correcte rekenschema voor
vermogensregeling.
• Controleer de invoerbedrading en zorg dat deze
correct aangesloten is. ( zie pagina 4 en 5 voor
bedrading). U kunt de invoer controleren met de
[In``] parameter in de displayprogrammalus. Voer
een test uit met het toetsenpaneel door de uitvoer
met % te verhogen en de temperatuur te
controleren. Wees voorzichting voor
oververhitting van de systeemdelen.
• Zorg dat de netvoeding is aangesloten en op de juiste
spanning staat.
• Stuur de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
• Zorg dat de netvoeding is aangesloten en op de juiste
spanning staat.
• Stuur de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
• Zie pagina 1; zorg dat de zekeringen de juiste
nominale stroomsterkte hebben.
• Draai de zekeringen naar behoren vast.
• Zie pagina 2 voor richtlijnen omkasting en hoe u
kunt bepalen hoeveel koeling vereist is.
• Vervang de element.
Watlow Power Series