Bedrading
De verschillende bedradingsopties zijn afhankelijk van het typenummer. Controleer aan de rechterzijde van de
spanningsregelaar de stickers die de aansluitpunten aangeven en vergelijk uw typenummer met de onderstaande en
met de typenummertoekenning elders in deze handleiding.
Richtlijnen voor torsie
• Draai de contactpunten stevig aan door deze gedurende 30 seconden aangespannen te houden waardoor de draden zich kunnen
zetten en de kans op loslaten door koude lucht minimaal is.
• Span alle contactpunten na 48 uur opnieuw aan.
• In een onderhoudsprogramma dient te worden vastgelegd dat netstroom- en voedingsaansluitingen elke drie tot zes maanden
opnieuw aangespannen moeten worden.
Contactpunten 1 t/m
6 en aansluitpunt voor
aarde.
Aanspannen tot 20 Nm
met bijgeleverde 10mm
Allen sleutel.
Draden strippen over
een lengte van 30mm.
Gebruik Phillips
schroeven nr. 3 voor
montage van de
zekeringen.
Uitvoeringen PXX-F20X-
XXXX en PXX-N20X-
XXXX aanspannen tot
2,93 Nm.
Uitvoeringen PXX-F25X-
XXXX, PXX-N25X-
XXXX, PXX-F30X-XXXX
en PXX-N30X-XXXX:
aanspannen tot 4,95 Nm
Figuur 3 — Torsie en draadstrippen.
Watlow Power Series
Power Series
Solid State Power Control
Allen sleutel
(platte kant moet tegen de kast rusten).
Gebruik moerbouten van
7,94mm voor montage
van de zekeringen.
Aanspannen tot 4,95 Nm
Aansluitpunten Spanningsregelaar
Draden strippen over
een lengte van 6mm
Aanspannen tot 0,9 Nm met
gebruikmaking van een platte
schroevendraaier met een bek van
2,5mm. Geschikt voor 3,3mm -
0,324mm (12-22 AWG) of twee
0,324mm - 0,82mm (nr. 22-18
AWG) draden.
Beknopte handleiding
I
3