Gebruik van de bedieningstoetsen
Kiezen van de ingangssignaalbron
Instellen van de beeldverhouding
Druk op INPUT van de projector, INPUT 1, INPUT 2
INPUT 3 of INPUT 4 van de afstandsbediening om
de gewenste ingang te kiezen.
• Wanneer er geen signaal ontvangen wordt, ziet u "GEEN
SIGNAAL". Wanneer een signaal ontvangen wordt waarvoor
de projector niet geschikt is, ziet u "OUGELDIG".
INPUT– toetsen
Deze functie stelt u in staat de weergavefunctie aan te
passen of te wijzigen om het ontvangen beeld te
verbeteren. Afhankelijk van het ingangssignaal kunt u
kiezen uit NORMAAL, KADER of REK.
1 Druk op RESIZE. Bij elke druk op RESIZE
1
In-beeld-display
INGANG 1 functie
INGANG 2 functie
INGANG 3 functie
INGANG 4 functie
verandert het beeldformaat in de op de volgende
bladzijde getoonde volgorde.
-24