4
Ingebruikneming
Let voor ieder gebruik en ook nadat het apparaat lange tijd niet werd
gebruikt, op de hygiënische voorschriften en ga na of de vernevelaar
na de laatste behandeling werd schoongemaakt, gedesinfecteerd en,
indien nodig, werd gesteriliseerd (zie „Hygiënische maatregelen voor
hergebruik", pagina 90).
• Vul de vernevelaar met de door uw arts voorgeschreven hoeveelheid medica-
ment (zie figuur B).
• Let er op dat het medicament niet hoger gevuld wordt dan het bovenste
streepje van de schaal (max. inhoud 8 ml). Indien teveel is gevuld en het medi-
cament onder uit de vernevelaar drupt moet U de vernevelaar leegmaken en
reinigen (zie hoofdstuk "Hygiënische maatregelen voor hergebruik", pagina
90). Daarna moet u de vernevelaar opnieuw met het medicament vullen.
• Verbind het neusopzetstuk (2) met het hoekstuk (1) en koppel het andere uit-
einde overeenkomstig figuur A aan op het onderste deel van de vernevelaar
(6).
• Houd de vernevelaar rechtop.
• Sluit de bolusslang (4) aan op de trilaansluiting (5).
• Sluit de bolusslang met de trilaansluiting boven op het bovenste deel van de
vernevelaar (6a) aan.
• Sluit niet eerder dan nu de persluchtslang (7) onderaan aan het onderste
deel van de vernevelaar (6) aan.
• Om op te bergen dient u de vernevelaar in de daartoe voorziene vernevelaar-
houder op de compressor te stoppen.
Vergewis u er voor de inhalatie van of alle delen vast met elkaar ver-
bonden zijn. Ga na of de slangaansluitingen vast op de aansluitingen
van de PAR LC SINUS-compressor en de PARI LC SINUS-vernevelaar zijn
aangesloten.
Als de vernevelaar niet correct is gemonteerd kan dit een weerslag heb-
ben op de verneveling van de medicamenten.
88