5 Voer het IP-adres/de hostnaam en het poortadres in bij IP-adres/hostnaam & poort van Kerberos-server (voor
ColorTrack PRO).
6 Voer de domeinnaam in onder Domeinnaam.
7 Klik op Nieuwe instellingen toepassen.
8 Schakel de printer uit en opnieuw in om de instellingen toe te kunnen passen.
IP-adres/hostnaam & poort
Geef het IP-adres of de hostnaam en vervolgens het poortadres aan. De wijziging wordt van kracht nadat u de printer
uit en weer in hebt geschakeld.
OPGELET:
Gebruik in geen geval hetzelfde poortadres als dat van een andere poort.
OPMERKING:
het poortadres moet 88 of een getal tussen 5000 en 65.535 zijn. De standaardwaarde is 88.
OPMERKING:
geef het IP-adres in het formaat nnn.nnn.nnn.nnn aan voor IPv4. Ieder gedeelte met "nnn" is een variabele
waarde tussen 0 en 255.
OPMERKING:
geef het IP-adres in het xxxx:xxxx:xxxx:xxxx:xxxx:xxxx:xxxx:xxxx formaat aan voor IPv6. Ieder gedeelte met
"xxxx" is een hexadecimale variabele waarde.
Domeinnaam
Geef de domeinnaam van de Active Directory
kracht nadat u de printer uit en weer in hebt geschakeld.
OPMERKING:
geef de domeinnaam aan in hoofdletters. Afhankelijk van uw server kan er een fout optreden wanneer de naam
in kleine letters wordt aangegeven.
LDAP-server
Geef de directoryserver en verificatiemethode aan om de LDAP-verificatie uit te voeren of om informatie met
behulp van LDAP te verwerken en geef het bereik en kenmerken voor het zoeken aan.
OPMERKING:
bij het gebruik van LDAPS of verificatie van certificaten moet u de LDAP-server instellen of een extern certificaat
importeren. Zie "Gebruik van digitale certificaten" voor meer informatie.
Bij gebruik van de Dell Printer Configuration Web Tool
1 Start de Dell Printer Configuration Web Tool.
Open de webbrowser.
a
Voer het IP-adres van uw printer in uw webbrowser in.
b
Zie "Dell™ Printer Configuration Web Tool".
2 Selecteer Afdrukserverinstellingen.
3 Klik op het tabblad Veiligheid.
4 Selecteer LDAP-server.
Serverinformatie (voor ColorTrack PRO):
•
Voer het IP-adres of de hostnaam evenals het poortadres in bij IP-adres/hostnaam & poort.
•
Bevestig de software-informatie voor de LDAP-server.
Optionele informatie (voor ColorTrack PRO):
Voer een tekenreeks in onder Basismap voor zoekopdracht.
•
•
Voer de inlognaam in onder Inlognaam.
436
Afdrukken met ColorTrack (externe verificatie)
®
aan onder Domeinnaam (Realm Name). De wijziging wordt van