Controleren en afstellen van de gaskabel
Controleer of de motor reageert bij gas geven en of het
juiste toerental wordt bereikt bij volgas geven.
Ga in geval van twijfel naar een servicewerkplaats.
Indien afstelling nodig is, kan dit als volgt op de onderste
kabel uitgevoerd worden:
1. Maak de klemschroef voor de buitenhuls van de
kabel los en schuif de gashendel naar volgas.
2. Controleer of de gaskabel in het juiste
bevestigingsgat op de onderste hefarm gemonteerd
is, zie afbeelding.
3. Druk de buitenhuls van de gaskabel zo ver mogelijk
naar links en zet de klemschroef vast.
Controle en afstellen van chokekabel
Als de motor zwarte rook uitstoot of moeilijk start kan dat
veroorzaakt worden door een verkeerd afgestelde
chokekabel (bovenste kabel).
Ga bij twijfel naar een servicewerkplaats.
Indien afstelling nodig is, kan dit als volgt uitgevoerd
worden:
1. Maak de klemschroef voor de buitenhuls van de
kabel los en schuif de chokehendel naar volledige
chokestand.
2. Controleer of de chokekabel op de bovenste hefarm
gemonteerd is, zie afbeelding.
3. Trek de buitenhuls van de chokekabel zo ver
mogelijk naar rechts en zet de klemschroef vast.
Brandstoffilter vervangen
Vervang het in de leiding gemonteerde
brandstoffilter om de 100 uur (een keer per
seizoen) of vaker als het verstopt is.
Vervang het filter als volgt:
1. Klap de motorkap omhoog.
2. Haal de slangklemmen van het filter.
Gebruik een kniptang.
3. Trek het filter van de slanguiteinden af.
4. Druk het nieuwe filter op de slanguiteinden.
Indien nodig kan een zeepoplossing om de
filteruiteinden aangebracht worden om de
montage te vergemakkelijken.
5. Plaats de slangklemmen weer op het filter.
ONDERHOUD
23
Nederlands -