Vervangen van motorolie
De motorolie moet de eerste keer vervangen
worden na 8 uur bedrijfstijd. Daarna moet het
verversen om de 100 bedrijfsuren plaatsvinden.
Bij zware belasting of hoge omgevingstempera-
turen, om de 50 bedrijfsuren olie vervangen.
WAARSCHUWING!
De motorolie kan zeer warm zijn
als deze direct na het stoppen
afgetapt wordt. Laat de motor
daarom eerst wat afkoelen.
1. Plaats een vat onder de linker aftapklep van de
motor aan de linkerkant van de motor.
2. Verwijder de peilstok en de aftapklep.
3. Laat de olie in het vat lopen.
4. Monteer de aftapklep en draai deze vast.
5. Vul olie bij tot het "FULL"-teken op de peilstok.
Het vullen van de olie gebeurt in hetzelfde gat
als waar de peilstok zit. Zie "Controle van het
oliepeil van de motor" voor vulinstructies.
In de motor gaat 1,5 liter (1,6 Usqt) wanneer
het oliefilter niet wordt vervangen en 1,7 liter
(1,8 Usqt) olie wanneer het oliefilter wordt
vervangen.
6. Laat de motor warm draaien, controleer daarna
of er geen lekkage is rond de afdichting van de
olieklep.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Gebruikte motorolie en filters zijn
gevaarlijk voor de gezondheid en mogen
wettelijk niet op de grond of in de natuur
gegooid worden, maar moet ingeleverd
worden bij de werkplaats of de
aangewezen plaats voor verwerking.
Vermijd contact met de huid. Was met
water en zeep bij evt. knoeien.
Vervangen van oliefilter
Het oliefilter moet om de 200 bedrijfsuren worden
vervangen. Draai het oude oliefilter tegen de klok in
om het te verwijderen. Gebruik een filtertang.
Smeer de rubberen pakking van het nieuwe
oliefilter lichtjes met nieuwe olie in. Monteer het
oliefilter door het met de klok mee te draaien. Doe
dit handmatig tot de rubberen pakking aan ligt.
Draai het nog een halve slag verder.
Bijvullen met nieuwe motorolie volgens "Controle
van het oliepeil van de motor". Start de motor en
laat deze ongeveer 3 minuten lopen. Stop hem
vervolgens en kijk naar eventuele lekkage. Vul olie
bij om de olie te compenseren die in het nieuwe
oliefilter gaat.
40
– Nederlands
SMEREN