1-14
Kort en bondig
1. SET/CLR: Indrukken om in te
stellen of ingedrukt houden om
het getoonde menupunt te
wissen.
2.
/
: Gebruik het duimwieltje
om door de opties van elk menu
te bladeren.
3. MENU: Indrukken om de
DIC-menu's te bekijken. De knop
dient ook om terug te keren naar
het laatste getoonde DIC-scherm
of het getoonde scherm te
verlaten.
Zie Driver Information Center op
pagina 5 22.
Ultrasone parkeerhulp
Indien aanwezig, gebruikt dit
systeem sensoren op de achter-
bumper ter ondersteuning van
parkeermanoeuvres en het
vermijden van obstakels met de
versnellingsbak in de achteruitver-
snelling (R). Het werkt bij snelheden
tot 8 km/h (5 mph). De ultrasone
parkeerhulp gebruikt pieptonen voor
de afstand en de systeeminformatie.
Houd de sensoren op de achter-
bumper van de auto schoon om dit
systeem goed te laten werken.
Zie Ultrasone parkeerhulp op
pagina 9 39.
12V-stopcontacten
De auto heeft twee accessoireaan-
sluitingen: één onder het klimaatre-
gelingssysteem en één in het
opbergvak van de middenconsole.
Ze kunnen worden gebruikt voor
elektrische apparatuur, zoals een
mobiele telefoon of een mp3-speler.
De accessoireaansluitingen werken
niet als de sleutel niet in het contact
is gestoken en het bestuurderspor-
tier is geopend. Dit is om te
voorkomen dat de accu van de auto
snel leegloopt.
Zie 12V-stopcontacten op
pagina 5 5.
Zonnedak
Het zonnedak kan alleen worden
bediend als het contact in ON/RUN,
ACC/ACCESSORY of vastgehouden
accessoirevoeding (RAP) staat. Zie
Vastgehouden accessoire-voeding
(RAP) op pagina 9 18.
Bij auto's met zonnedak bevindt de
schakelaar zich in de dakconsole.