15 Elektrische installatie
De voedingsbedrading kan via de voorkant worden geleid. Voer de
bedrading naar buiten via het bovenste montagegat.
15.7
Voeding aansluiten
De voedingskabel MOET met een lokaal voorziene klem op de
plastic beugel worden bevestigd om te voorkomen dat er externe
krachten op de aansluitklem worden uitgeoefend. De groen en geel
gestreepte draad MAG ALLEEN worden gebruikt voor de aarding.
b
c
a
d
e
a
Voeding (380~415 V, 3N~ 50 Hz OF 400 V, 3N~ 60 Hz)
b
Zekering
c
Aardlekbeveiliging
d
Aardingskabel
e
Voedingsklemmenstrook
f
Sluit elke stroomdraad aan: RED op L1, WHT op L2, BLK
op L3 en BLU op N
g
Aardingsdraad (GRN/YLW). Draai de aardingskabel rond
de klem wanneer u hem aansluit.
h
Bevestig de voedingskabel met een lokaal voorziene klem
op de beugel om te voorkomen dat er externe krachten op
de aansluitklem worden uitgeoefend.
i
Schotelring.
Meerdere buitenunits
Om de voeding voor meerdere buitenunits aan elkaar te verbinden,
moeten ringankertongen worden gebruikt. Blote kabels mogen niet
worden gebruikt.
In dat geval moet de standaard geïnstalleerde vulring worden
verwijderd.
Bevestig beide kabels aan de voedingsaansluitklem zoals hieronder
afgebeeld:
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
32
A1P
f
e
g
h
i
L1 L2 L2 N
15.8
Optionele bedrading aansluiten
Gebruik voor de optionele bedrading geïsoleerde kabels voor een
nominale spanning van 250 V of hoger en een minimale doorsnede
van 1,25 mm² voor for éénaderige kabels en 0,75 mm² voor
meeraderige kabels.
Variabel debiet
Het outputsignaal van het variabel debiet is een regelsignaal met
lage spanning dat een output van 2~10 V DC genereert, afhankelijk
van het vereiste waterdebiet door de platenwarmtewisselaar. Zie
waterdebiet" [ 4 22] voor meer informatie.
"14.2.3 Over het
OPMERKING
Het maximale uitgangsvermogen van het 2~10 V DC
outputsignaal is 50 mW. Een hoger vermogen kan het
systeem beschadigen.
Gebruik altijd afgeschermde kabels met een minimum
doorsnede van 0,75 mm² met een lengte van maximaal
100 m.
De regelleiding van de klep/pomp moet worden aangesloten op de
X2M-connector in de elektrische schakelkast. Voorzie voor de
aansluiting van de klep/pomp op de buitenunit ook een afzonderlijke
12 V DC voeding (met een uitgangsvermogen van minstens 50 mW)
op de X2M-connector.
Sluit de klep/pomp aan op: X2M klem 2 en 3.
Sluit de elektrische voeding aan op X2M klem 1 en 3 (let op de
polariteit).
X2M
a
+
X2M
2~10 V DC
–
a
Klep/pomp
b
Elektrische voeding
OPMERKING
Voorzie een stromingsschakelaar voor uw watergekoeld
VRV IV-systeem. Wanneer het systeem wordt gebruikt met
een debiet onder de minimum vereiste, kan het schade
oplopen.
Interlock
Er moet een stromingsschakelaar op het vergrendelingscircuit van
de buitenunit worden aangesloten. Wanneer het systeem wordt
gebruikt met een debiet onder de minimum vereiste, kan het schade
oplopen. De stromingsschakelaar moet worden geïnstalleerd in het
hoofdwatercircuit tussen de platenwarmtewisselaar en de gesloten
klep. Neem een stromingsschakelaarcontact van minstens 15 V DC,
1 mA.
Sluit de stromingsschakelaar aan op: X2M klem 5 en 6.
Installeer in het geval van een systeem met meerdere buitenunits
één of meerdere stromingsschakelaars, afhankelijk van de installatie
van
het
watersysteem
zodat
omstandigheden gegarandeerd blijft.
Watergekoelde VRV IV-systeem airconditioner
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
INTER
TW1
TW2
LOCK
IN
OUT
+ –
b
12 V DC
het
waterdebiet
onder
RWEYQ8~14T9Y1B
4P452190-1D – 2020.10
alle