●
Wanneer de kans op overbelichting bestaat, past de camera voor
opnamen met flitser automatisch de sluitertijd of ISO-snelheid aan
om vervaagde highlights te verminderen en opnamen te maken
met een optimale belichting. Daarom kunnen sluitertijden en
ISO-snelheden die worden weergegeven als u de ontspanknop
half indrukt, niet overeenkomen met de instellingen van opnamen
met flitser.
U kunt deze instelling ook configureren door MENU ( = 32) >
●
tabblad [
3] > [Flitsbesturing] > [Flitsen] te selecteren.
Auto
Als er weinig licht is, wordt er automatisch geflitst.
Aan
Er wordt bij elke opname geflitst.
Slow sync
Er wordt geflitst om de helderheid van het hoofdonderwerp (zoals mensen)
te verbeteren terwijl er opnamen gemaakt worden met een langere
sluitertijd, zodat de achtergrond buiten het flitsbereik verlicht wordt.
●
Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen
om de camera stil te houden en cameratrilling te voorkomen
in de modus [
]. Schakel in dit geval ook beeldstabilisatie uit
( = 79).
●
In de modus [
] mag het hoofdonderwerp niet bewegen totdat
het geluid van de ontspanknop stopt, zelfs nadat de flitser geflitst
heeft.
Uit
Voor het maken van opnamen zonder flitser.
De flitsbelichtingscompensatie aanpassen
Net als bij de normale belichtingscompensatie ( = 63) kunt u de
flitsbelichting aanpassen met stappen van 1/3 in een bereik van –2 tot +2.
●
Klap de flitser op, druk op de knop [ ] en
draai meteen daarna de regelaar [
om het compensatieniveau te kiezen.
Druk vervolgens op de knop [ ].
●
Het correctieniveau dat u hebt opgegeven
wordt nu weergegeven.
●
U kunt de flitsbelichtingscompensatie ook instellen door MENU
( = 32) te openen en tabblad [
inst. int. flitser] > [
bel. comp.] te selecteren.
●
Wanneer de flitser is uitgeklapt, kunt u het scherm [Flitsbesturing]
( = 32) ook openen door op de knop [ ] te drukken en meteen
daarna op de knop [
] te drukken.
U kunt het scherm [Flitsbesturing] ( = 32) ook openen door op
●
de knop [ ] te drukken en op [
Vóór gebruik
Basishandleiding
Foto's
Films
Handleiding voor gevorderden
]
3] > [Flitsbesturing] > [Func.
] te tikken.
Index
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere opnamestanden
P-modus
Tv-, Av- en M-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
77