Resultaat: De reeks is {1, 1, 2, 3, 5}.
Variabelen (A, B, C, D, E, F, x, y, z)
U kunt waarden aan variabelen toewijzen en de variabelen gebruiken in
berekeningen.
Scherm met variabelenlijst
Door op
te drukken, wordt een scherm weergegeven dat de waarden
toont die momenteel zijn toegewezen aan variabelen A, B, C, D, E, F, x,
y en z. Waarden worden op dit scherm altijd weergegeven met "Norm 1"
Number Format. Druk op
Voorbeeld 1:
Het resultaat van 3 + 5 toewijzen aan variabele A
1. Voer de berekening uit.
2. Druk op
en selecteer vervolgens [A=] > [Store].
• Het resultaat van 3 + 5 (= 8) wordt nu toegewezen aan variabele A.
3. Druk op
.
Voorbeeld 2:
De inhoud van variabele A wijzigen in 1
1. Druk op
en ga vervolgens naar [A=].
2. Druk op
.
• Het bewerkingsscherm wordt nu weergegeven en 1 is ingevoerd.
3. Druk op
.
of
om het scherm te sluiten.
3
5
37