1 One Shot-/Loopmodus
Een icoon geeft aan of de sample die is toegewezen
aan de pad, is ingesteld op One Shot-modus (
Loop-modus (
).
B Padtracknummer
Dit laat het padtracknummer 1–4 zien. rechts wordt de
naam van de sample getoond van de samplebank die
voor die pad is geselecteerd.
OPMERKING
• Samplebanken die worden opgenomen in en
afgespeeld met een song, worden aangeduid in de
tempomap. Controleer de instellingen van de
tempomap ( ¡ p. 149) wanneer u frasen opneemt in een song
die op de pads worden afgespeeld.
C Trackstatusknop
Dit geeft de werkingsstatus van de track aan. Als u de
cursor naar deze knop verplaatst en op de [ENTER]-
toets drukt, zullen beurtelings de volgende twee
displays verschijnen.
•
............ De padtrack kan worden opgenomen.
•
............ De padtrack kan worden afgespeeld.
OPMERKING
• Afhankelijk van de instellingen in de PAD-pagina van
het TRACK-scherm, kan dit ook
aangeven.
D Padtrackview
In dit gebied worden de padevents die zijn opgenomen
in de padtrack als een staafdiagram getoond
Locatorposities worden als iconen getoond in het
onderste gedeelte van het scherm.
E GRID-knop
Grid-opnamen (stap-opnamen) zijn padspel in stappen
van één maat (¡ p. 116).
2
Verplaats de cursor naar de
trackstatusknop en druk verscheidene
malen op de [ENTER]-toets om de
knopweergave naar
te schakelen. (U kunt meer dan één
padtrack selecteren.)
TIP
• De trackstatusknop kan alleen worden omgeschakeld
als de recorder stil staat.
3
Gebruik de trackkanaalfaders en de
[STEREO]-fader om de audiotracks op een
geschikt niveau voor afluistering in
te stellen.
4
Verplaats de song naar het punt waarop u
wilt beginnen met opnemen.
5
Druk op de PLAY-toets [
opnemen op de padtrack te beginnen.
De recorder zal gaan lopen en het opnemen van de
padevents zal beginnen.
) of de
(muted = gedempt)
(klaar voor opname)
] om het
Opnemen/afspelen van padspel
6
Bespeel de pads terwijl u naar het afspelen
van de audiotracks luistert.
Padevents zullen worden opgenomen op de padtracks.
De padevents die zijn opgenomen zullen in realtime in
de padtrackview verschijnen.
TIP
• Padtracks nemen alleen de pad aan/uit-status op.
7
Wanneer u de opname wilt stoppen, drukt u
op de STOP-toets [I].
De recorder zal stoppen.
8
Verplaats de cursor naar de
trackstatusknop en druk verscheidene
malen op de [ENTER]-toets om de display
te schakelen naar
event af te spelen.
9
Ga naar het punt waar u het afspelen wilt
beginnen en druk op de PLAY-toets [
De padtrack(s) zal/zullen synchroon met de recorder
worden afgespeeld. Als u het opnemen over wilt doen
herhaal dan de stappen 6–9.
Het is ook mogelijk om alleen een bepaald gedeelte
van een padtrack opnieuw op te nemen. In dit geval
zullen de nieuw opgenomen padevents de reeds
opgenomen events overschrijven. U moet echter
voorzichtig zijn aangezien dit ook invloed heeft op
overlappende padevents voor of na het opnieuw
opgenomen gedeelte.
TIP
• De inhoud van een opgenomen padtrack kan op een
verscheidenheid aan manieren worden bewerkt met de
bewerkingscommando's. Zie "Wat u kunt doen met de
bewerkingscommando's" ( ¡ p. 127) voor details.
10
Als u een bepaalde padtrack wilt dempen,
drukt u in de Work Navigate-sectie
herhaaldelijk op de [TRACK]-toets of houdt
u de [TRACK]-toets ingedrukt en gebruikt u
de CURSOR-toetsen [ ]/[ ] om naar de
PAD-pagina van het TRACK-scherm
te gaan.
In de PAD-pagina van het TRACK-scherm kunt u de
demping voor elke padtrack in-/uitschakelen.
1 2
3
1 One Shot-/Loopmodus
Een icoon geeft aan of de sample die is toegewezen
aan de pad, is ingesteld op de One Shot-modus (
de Loop-modus (
).
AW1600 Gebruikershandleiding
en de opgenomen
].
) of
11
115