Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start
waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.
Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u
onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Druk de kabel opzij, zodat deze niet
onbedoeld contact kan maken met de bougie.
Smering
De tractie-eenheid is voorzien van smeernippels die
regelmatig moeten worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet
voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine
in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle
lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren.
De volgende lagers en lagerbussen van de tractie-eenheid
moeten worden gesmeerd:
• Lagers van achterwiel (1) (Fig. 26)
• Stuurvorkas (1) (Fig. 27)
• Draaipunt van hefarm (3) en draaischarnier (3) (Fig. 28)
• As en roller van trekframe (12) (Fig 29)
• Cilinder van stuurbekrachtiging (1) (Fig. 30)
• Draaipunt van maaihefmechanisme (Fig. 31)
• Hefcilinders (3) (Fig. 32)
• Pen van maaiblokkering (Fig. 33)
1. Veeg de smeernippel schoon zodat er geen
ongerechtigheden kunnen binnendringen in het lager of
de lagerbus.
2. Pomp vet in het lager of de lagerbus totdat er vet
verschijnt. Veeg overtollig vet af.
3. Smeer vet op de gleufas van de motor van de
messenkooi en de hefarm als het maaidek wordt
verwijderd voor een onderhoudsbeurt.
4. Spuit elke dag een paar druppels SAE 30 motorolie of
een sproeismeermiddel (WD 40) op alle draaipunten
nadat u ze heeft gereinigd.
Voorzichtig
29
Figuur 26
Figuur 27