Liquiline Control CDC90
6.10
Aansluitcontrole
WAARSCHUWING
L
Aansluitfouten
De veiligheid van mensen en het meetpunt is in gevaar! De fabrikant aanvaardt geen
verantwoordelijkheid voor fouten die resulteren uit het niet aanhouden van de instructies in
deze handleiding.
‣
Neem het instrument alleen in bedrijf wanneer u ja kunt antwoorden op alle volgende
vragen.
Instrumentstatus en -specificaties
‣
Zijn het instrument en alle kabels uitwendig onbeschadigd?
Elektrische aansluiting
‣
Zijn de gemonteerde kabels voorzien van trekontlasting?
‣
Zijn de kabels geïnstalleerd zonder lussen en kruisingen?
‣
Zijn de signaalkabels correct aangesloten conform het aansluitschema?
‣
Zijn alle andere verbindingen correct uitgevoerd?
‣
Zijn de ongebruikte aansluitaders op de randaarde aangesloten?
‣
Zijn alle insteekklemmen goed verbonden?
‣
Zijn alle aansluitdraden goed gepositioneerd in de kabelklemmen?
‣
Zijn alle kabelinvoeren gemonteerd, vastgezet en lekdicht?
‣
Komt de voedingsspanning overeen met hetgeen dat is vermeld op de typeplaat?
7
Systeemintegratie
7.1
Veldbussystemen
7.1.1
Verbinding
De volgende communicatie-opties zijn leverbaar in de CDC90-regeleenheid:
• Analoge stroomuitgangen en -ingangen
• Activeren via de analoge stroomingang (AI).
• Feedback via de analoge stroomuitgang (AO).
• De instellingen kunnen via een webserver of het lokale display worden uitgevoerd.
• EtherNet/IP (adapter)
• PROFIBUS DP (slave)
• Modbus TCP (server)
• PROFINET (instrument)
Aansluiting van Profinet en Profibus DP via gateway
De gateway moet extern worden geïnstalleerd.
Endress+Hauser
Systeemintegratie
85