Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Pompset; Asafdichting; Lagers; Brandstoffilters - Grundfos Fire Nkf Installatie- En Bedieningsinstructies

En 12845
Inhoudsopgave

12.3 Pompset

Controleer dat schroeven goed vast zitten en niet roesten.
Controleer alle veiligheidsapparatuur zoals koppelingsbe-
scherming.
Controleer dat alle elektrische aansluitingen vast zitten en
intact zijn.
Vervang defecte kabels en maak losse aansluitingen vast.
Controleer de uitlijning van pomp en aandrijving.
Zie paragraaf 6.4 Uitlijnen.
Voer een testrun uit volgens de norm die geldt voor de pomp-
set. Zie paragraaf 10. Bedrijf.

12.4 Asafdichting

Mechanische asafdichtingen zijn onderhoudsvrij en nagenoeg
lekvrij. Controleer de asafdichting direct bij aanzienlijke en toene-
mende lekkage. Als de afdichtingsvlakken beschadigd zijn, ver-
vang dan de gehele asafdichting. Zie service-instructies voor de
pomp en paragraaf 9.1 Aanloop asafdichting.

12.5 Lagers

De onderhoudsvrije lagers in de pomp worden permanent
gesmeerd.

12.6 Brandstoffilters

De brandstoffilter van de motor moet worden vervangen in over-
eenstemming met de installatie- en bedieningsinstructies voor de
motor. Wij adviseren u tegelijkertijd de brandstoffilter voor de tank
te vervangen.

12.7 Accu

De accu's moeten onder alle bedrijfsomstandigheden droog blij-
ven. Het vloeistofniveau in de accu's moet op peil worden gehou-
den.
Waarschuwing
Een te laag vloeistofpeil kan tot oververhitting en
explosie leiden.
Het water dat wordt gebruikt om te vullen moet gedistilleerd water
zijn.
Controleer de toestand van de acccu met behulp van een refrac-
tometer of vergelijkbaar hulpmiddel.
12.7.1 Vervanging van de accu
Als de accu nog maar weinig stroom bevat, lekt of anderszins
beschadigd is, moet deze worden vervangen.
Voordat u de accu's vervangt, leest u de algemene voorzorgs-
maatregelen in paragraaf 12. Onderhoud die moeten worden
aangehouden.
1. Bekijk de positie van de kabels.
2. Verwijder de zwarte minkabels.
3. Verwijder de rode pluskabels.
4. Verwijder voorzichtig de defecte accu.
5. Installeer de nieuwe accu.
6. Monteer de twee rode pluskabels.
7. Monteer de zwarte minkabels.
Zie paragraaf 7.3 Aansluiting op accu voor verdere details.

12.8 Dieselmotor

Zie ook de installatie- en bedieningsinstructies
N.B.
van de dieselmotor.
Waarschuwing
Tijdens en na bedrijf kunnen oppervlakken,
onderdelen en materialen van de dieselmotor
zeer heet zijn.
1. Controleer het brandstofpeil in de brandstoftank en voeg zo
nodig brandstof toe.
24
Waarschuwing
Brandstofdampen zijn brandbaar. Voeg daarom
nooit brandstof toe wanneer de motor draait of
wanneer de motor warm is.
Adem de brandstofdampen niet in bij het vullen
van de brandstoftank.
Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte tij-
dens het vullen zodat de brandstofdampen zich
snel verspreiden.
Schakel de motor niet in als er brandstofdampen
in de ruimte zijn.
Gebruik de dieselbrandstof die gespecificeerd is
Voorzichtig
door de fabrikant van de dieselmotor.
2. Controleer de leidingen van het brandstofsysteem op lekkage.
3. Vervang defecte brandstofleidingen en maak loszittende lei-
dingaansluitingen vast.
4. Maak de brandstofleidingen vast met Norma-type torsiebeu-
gels.
5. Voer condensaat af uit de brandstoftank en het brandstoffilter.
Vang waterbevattende brandstof en het teveel
N.B.
aan brandstof op in een vat en voer dit af in over-
eenstemming met de plaatselijke regelgeving.
6. Controleer het oliepeil en vul zo nodig olie bij.
Vul geen olie bij boven het "maximum" marke-
ringsteken. Te vol doen kan de motor beschadi-
Voorzichtig
gen.
Gebruik alleen het type olie dat gespecificeerd is
door de fabrikant van de dieselmotor.
7. Watergekoelde dieselmotoren:
Controleer het peil van het koelmiddel in de vereffeningstank
en voeg zo nodig koelmiddel toe.
Waarschuwing
Verwijder de dop van de vereffeningstank niet
wanneer de motor warm is. De tank staat onder
druk.
Gebruik alleen het type koelmiddel dat gespecifi-
Voorzichtig
ceerd is door de fabrikant van de dieselmotor.
8. Watergekoelde dieselmotoren: Controleer de leidingen en
slangen van het koelsysteem op lekkage. Vervang defecte lei-
dingen en slangen. Maak loszittende leiding- en slangaanslui-
tingen vast.
9. Controleer of de drukmeter van het koelcircuit, indien aanwe-
zig, een drukwaarde weergeeft wanneer de motor draait.
10. Controleer het gehele rookgasafvoersysteem op lekken wan-
neer de motor draait. Maak loszittende leidingaansluitingen
vast en vervang defecte leidingen onmiddellijk.
Waarschuwing
Een beschadigd rookgasafvoersysteem kan tot
verstikking leiden.
11. Controleer V-snaren op slijtage en correcte spanning.
12. Controleer het luchtfilter.

12.9 Koppeling

Koppelingen die worden gebruikt voor pompsets zijn onderhouds-
vrij. Controleer echter wel eenmaal per jaar de uitlijning van de
pomp en de aandrijving. Zie paragraaf 6.4 Uitlijnen.

12.10 Bedieningskast

Zie de installatie- en bedieningsinstructies van
N.B.
de bedieningskast.
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave