Basis-naaitechnieken
In basis-naaitechnieken vind u de meest gebruikte naaitech-
nieken.
Naad
Een naad naait twee stukken stof aan elkaar met een naad-
toeslag die gewoonlijk wordt opengeperst. In de meeste geval-
len worden de randen van de naadtoeslag afgewerkt met een
afwerksteek voordat de naad wordt genaaid.
Naden in elastische stof moeten met de stof mee rekken. De
stretchsteek maakt een elastische naad die geschikt is voor het
aan elkaar naaien van stukken dunne elastische stof.
Beginnen met naaien – Rechte steek
Breng de naaivoet omhoog en leg de stof eronder, naast een
van de naadgeleiders op de naaldplaat. Op het spoelhuisdeksel
staat een naadgeleider van 6 mm.
Leg de bovendraad onder de naaivoet.
Breng de naald omlaag op het punt waarop u wilt beginnen.
Trek de draden naar achteren en breng de naaivoet omlaag.
Druk het voetpedaal in. Geleid de stof voorzichtig langs de
naadgeleider en laat de machine de stof transporteren (A). Als
de onderdraad niet omhoog is getrokken, gebeurt dat automa-
tisch wanneer u begint te naaien.
Om het begin van een naad vast te zetten, houdt u de achter-
uitnaaihendel ingedrukt. Naai enkele steken achteruit. Laat de
achteruitnaaihendel los en de machine naait weer vooruit (B).
Naaldpositie veranderen
Sommige naaiwerkzaamheden gaan gemakkelijker als u de
naaldpositie verandert, zoals het doorstikken van een kraag of
het inzetten van een rits. De naaldpositie wordt aangepast met
het pictogram Naaldpositie.
A.Steek
B.Naaivoet
C.Steekbreedte in mm
D.Steeklengte in mm
E.Draadspanning
Rechte steek
A
Elastische steek
B
Naaldpositie
Naaien – 3 7