Aanpassen
Functies die in menu's
kunnen worden ingesteld
U kunt de printer instellen op verschillende specificaties.
Hebt u instellingen aangepast en opgeslagen, dan werkt de
printer volgens die instellingen, totdat u de waarden
wijzigt.
U kunt de printer instellen naar gelang hoe u hem wilt
gebruiken, de aangesloten apparatuur en persoonlijke
voorkeuren. U kunt drie sets gebruikersinstellingen
opslaan (set 1, 2 en 3 genoemd).
De functies die u kunt instellen in onderstaande menu's
zijn de volgende:
Menu
In te stellen functies
COLOR
De afdrukkleur
ADJUST
(kleurintensiteit en contrast)
en scherpte aanpassen
LAYOUT
De geheugenmodus
SETUP
selecteren
Het type afdruk selecteren
Kiezen of witte randen
worden toegevoegd aan
meerdere verkleinde beelden
WINDOW
Zwarte lijnen van afdrukken
SETUP
verwijderen
CAPTION
Een bijschrift invoeren
PRINTER
Het aantal afdrukken instellen 25
SETUP
De kleurtoon van afdrukken
aanpassen
De afdruksnelheid selecteren 24
SYSTEM SETUP De helderheid van het
printerscherm aanpassen
De ladeverlichting instellen
De functie voor meldingen
m.b.t. reiniging instellen
De baudrate voor
computercommunicatie
instellen
Instellen of er pieptoontjes
worden weergegeven bij
handelingen en fouten
Het contrast van afdrukken
aanpassen
Menuconfiguraties afdrukken 65
Gebruikersinstellingen
registreren
USER NAME
De gebruikersnaam bewerken 66
Menu
FUNCTION
SETUP
COLOR
BALANCE
HSV
HDTV SETUP
Referentie-
pagina's
50
29
31
35
INPUT SETUP
52
OUTPUT SETUP De schermweergave wissen
36
52
64
65
65
65
65
48
66
In te stellen functies
Het beeld kiezen dat
verschijnt nadat een beeld in
het geheugen is opgeslagen
(bronbeeld of geheugenbeeld)
Functies toekennen aan een
afstandsbediening die is
aangesloten op de aansluiting
REMOTE 2
De functie van de knop
CLEAR instellen
De kleurbalans aanpassen
Afdrukkleuren aanpassen
(kleuren opgeven voor
aanpassen)
Het invoersignaal selecteren
Het invoersignaaltype
selecteren
De invoersignaalindeling
selecteren
De synchronisatiemethode
voor invoersignalen
selecteren
Het uitvoersignaaltype
selecteren
De neerwaartse
conversiemethode selecteren
Het invoersignaal selecteren
Compenseren voor de
invoersignalen
Selecteren of
inktlintgegevens worden
weergegeven
Het uitvoersignaal van de
printer selecteren
Selecteren of de printer
synchroniseert met het
interne synchronisatiesignaal
van het groenkanaal (G) of
van de RGB-signalen
De videomonitorkleur en de
afdrukkleur overeenstemmen
Functies die in menu's kunnen worden ingesteld
Referentie-
pagina's
32
63
39
53
56
60
60
61
61
62
62
20
48
41
66
49
16
49
43