6
Geef de stapinstelling op.
Geef de stapinstelling op met STEP.
Zet de groene selectiebalk op STEP met de knop M of m
en geef dan de stapgrootte aan met de knop < of ,.
Geef de stapgrootte (de mate van verandering) op van
de parameter die is geselecteerd SPLIT9 die wordt
weergegeven op de HSV-afdrukken.
Selecteer een waarde tussen 1 en 4, waarbij kleinere
waarden dienen voor preciezere aanpassingen en
grotere waarden voor grovere aanpassingen.
7
Selecteert TEST PRINT en druk dan op de knop
EXEC.
Negen identieke beelden van de in stap 2
geselecteerde positie worden als testafdruk afgedrukt
op een blad papier.
De waarden voor de parameter die is opgegeven met
SPLIT9 variëren over de diverse beelden.
(U kunt dezelfde testafdruk maken door op de knop
PRINT te drukken binnen het menu HSV.)
De opgegeven kleur en de waarden voor INTENSITY,
SATURATION, VALUE en HUE voor de opgegeven
kleur verschijnen in deze volgorde als bijschriften in
het beeld.
Opgegeven kleur
R: RED [R-Y]
Y: YEL [Y-G]
G: GRN [G-C]
C: CYN [C-B]
B: BLU [B-M]
M: MAG [M-R]
I = INTENSITY-waarde voor de opgegeven kleur
58
De kleur- en beeldkwaliteit aanpassen
8
9
R: I=8, S=0, V=0, H=0
S = SATURATION-waarde voor de opgegeven kleur
I = VALUE-waarde voor de opgegeven kleur
H = HUE-waarde voor de opgegeven kleur
De wijzigingen in de parameter die is opgegeven met
SPLIT9 die op de testafdruk verschijnen zijn als volgt.
Selecteer het beeld met de beste aanpassingen van de
negen beelden.
Als u de aanpassingswaarden opnieuw wilt wijzigen,
raadpleeg dan "Parameterwaarden opnieuw
aanpassen" op pagina 59.
Als u een andere parameter wilt wijzigen, herhaal dan
de procedure vanaf stap 5.
Als u een andere kleur wilt wijzigen, herhaal dan de
procedure vanaf stap 4.
Geef met de knoppen < en , de parameterwaarden
weer die overeenkomen met de waarden van het beeld
dat u hebt geselecteerd in stap 8.
Voorbeeld: Wanneer de INTENSITY-waarde 8 voor
RED [R-Y] op het beeld rechtsonder het beste is
De HSV-waarden van afdrukken worden aangepast
aan de waarden die u hebt geselecteerd in stap 8.
Parameteraanpassingen
Het aanpassingsbereik voor parameters is ±16. Op het
scherm worden de parameterwaarde en een schuifbalk
weergegeven. De waarde 0 bevindt zich middenin de
schuifbalk.