Achteruit een stoep oprijden
1. Schakel de maaimessen uit.
2. Schakel in de achteruitversnelling.
3. Rij de machine verder totdat de aandrijfwielen de
stoeprand raken
(Figuur
Opmerking: Beide aandrijfwielen moeten de
stoeprand raken en de zwenkwielen moeten recht staan.
4. Activeer tegelijkertijd de onderste bedieningsbalk en
beweeg de onderste handgreep omhoog
Figuur
11).
Opmerking: De onderste handgreep omhoog
bewegen helpt om de machine een stoep op te rijden
en laat de aandrijfwielen niet slippen.
De machine stoppen
Om de machine te stoppen, trekt u de bovenste bedieningsbalk
terug, laat u de bedieningsstang voor de maaimessen los en
draait u het contactsleuteltje naar de stand U
parkeerrem in werking als u de machine onbeheerd achterlaat;
zie
Parkeerrem in werking stellen (bladz.
sleuteltje uit het contact te halen.
VOORZICHTIG
Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als
zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen
terwijl deze onbeheerd is achtergelaten.
Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel
de parkeerrem in werking wanneer u de machine
onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een
paar minuten.
De machine transporteren
Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar
vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor
dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle
benodigde wettelijk voorgeschreven remmen, verlichting en
aanduidingen. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met
behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden,
omstanders, huisdieren en uzelf voorkomen.
1. Als u een aanhanger gebruikt, moet u deze met
veiligheidskettingen aan het sleepvoertuig bevestigen.
2. Zet eventueel de aanhanger op de rem.
3. Laad de machine op de aanhanger of de vrachtwagen.
4. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje,.stel de
parkeerrem in werking en sluit de brandstofklep.
5. Gebruik de metalen bindogen op de machine om de
machine goed te bevestigen op de aanhangwagen of de
vrachtwagen met banden, kettingen, kabels of touwen
(Figuur
12).
11).
(Figuur 10
. Stel ook de
IT
14). Vergeet niet het
en
1. Bindogen van de tractie-eenheid
Zijuitworp of fijnmaken van
gras
Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider,
die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert.
GEVAAR
Zonder aangebrachte grasgeleider, afvoerafsluiter
of complete grasvanger kunnen u of anderen
in aanraking met het maaimes of uitgeworpen
voorwerpen komen. Contact met een draaiend
maaimes en uitgeworpen voorwerpen kan
lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken.
• Verwijder de grasgeleider nooit van het maaidek
omdat hiermee het maaisel wordt afgevoerd
naar het gazon. Een beschadigde grasgeleider
moet direct worden vervangen.
• Steek nooit handen of voeten onder het maaidek.
• Probeer nooit de omgeving van de
uitwerpopening of de maaimessen te reinigen
zonder dat u eerst de bedieningsstang hebt
losgelaten en de aftakas is uitgeschakeld. Draai
het contactsleuteltje op UIT. Verwijder verder
het contactsleuteltje en trek de bougiekabel(s)
van de bougie(s).
De maaihoogte instellen
U kunt de maaihoogte instellen van 25 tot 24 mm in
stappen van 5 mm. U kunt de maaihoogte instellen door
vier R-pennen in verschillende openingen te plaatsen en
afstandsstukken toe te voegen of te verwijderen.
Opmerking: Alle maaihoogtepennen hebben minstens 1
afstandsstuk nodig, omdat er anders schade kan ontstaan aan
een lagerbus.
Opmerking: Per maaihoogtepen kunt u maximaal 2
afstandsstukken gebruiken.
17
Figuur 12