Figuur 37
1. Dop van hydraulische tank.
3.
Verwijder de peilstok uit de vulbuis en veeg
deze af met een schone doek. Steek de peilstok
in de vulbuis, haal hem er vervolgens weer uit
en controleer het vloeistofpeil. Het vloeistofpeil
moet tussen de twee markeringen op de peilstok
staan.
4.
Als het peil te laag is, vult u genoeg vloeistof bij
totdat het peil de bovenste markering bereikt.
5.
Plaats de peilstok en de dop op de vulbuis.
De bandenspanning
controleren
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard
opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht
laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen.
De luchtdruk in de banden moet 0,83-1,03 bar zijn.
Controleer de bandenspanning elke dag.
Belangrijk:
Zorg ervoor dat alle banden steeds
de aanbevolen bandenspanning hebben; hierdoor
kan de machine optimale maaiprestaties leveren
en goed functioneren. Pomp de banden niet te
zacht op.
De motor starten en
stoppen
Motor starten
Belangrijk:
Het brandstofsysteem moet worden
ontlucht indien zich één van de volgende situaties
heeft voorgedaan:
•
De motor is gestopt omdat de brandstof op was.
•
Er is onderhoud uitgevoerd aan componenten van
het brandstofsysteem.
1.
Haal uw voet van het tractiepedaal en let erop
dat het pedaal in de neutraalstand staat. Stel de
parkeerrem in werking.
2.
Zet gashendel op laag stationair.
3.
Draai het contactsleuteltje op LOPEN. Het
indicatielampje van de gloeibougie gaat
g026704
branden.
4.
Als het indicatielampje van de gloeibougie dooft,
draait u het contactsleuteltje op START. Laat het
sleuteltje direct los als de motor start en laat dit
weer terugkeren naar LOPEN. Stel het toerental
af.
Belangrijk:
dan 15 seconden achter elkaar draaien omdat
de startmotor hierdoor vroegtijdig defect
kan raken. Als de motor na 15 seconden
niet wil starten, moet u het sleuteltje op UIT
draaien, de bedieningsorganen opnieuw
controleren, nog eens 15 seconden wachten
en de startprocedure herhalen.
Als de temperatuur beneden -7 °C is, kunt u de
startmotor 30 seconden laten draaien. Daarna
moet u de startmotor 60 seconden afzetten
voordat u een tweede startpoging onderneemt.
VOORZICHTIG
Zet de motor af en wacht totdat
alle bewegende delen tot stilstand
gekomen zijn voordat u controleert op
olielekken, losse onderdelen en andere
waarneembare defecten.
Motor afzetten
Belangrijk:
Laat de motor 5 minuten stationair
lopen voordat u deze afzet of nadat de machine
volledig belast is gebruikt. Hierdoor kan de
turbocompressor afkoelen voordat u de motor
afzet. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen
met de turbocompressor ontstaan.
Opmerking:
Laat de maai-eenheden altijd neer op
de grond als u de machine parkeert. Dit vermindert
34
Laat de startmotor niet langer