•
Draaikogellagers van hefarm (1 per maaidek)
(Figuur
85)
•
Draagframe van maaidek (2 per maaidek)
85)
•
As van hefarm van maaidek (1 per maaidek)
(Figuur
85)
Figuur 85
Onderhoud motor
(Figuur
Veiligheid van de motor
•
U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil
controleert of het carter bijvult met olie.
•
Verander de snelheid van de toerenregelaar niet
en laat de motor het maximale toerental niet
overschrijden.
Onderhoud van het
luchtfilter
Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren—Geef
Controleer de luchtfilterbehuizing op schade die
een luchtlek kan veroorzaken. Vervang deze in
geval van beschadiging. Controleer het gehele
g015158
luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse
slangklemmen.
Geef het luchtfilter uitsluitend een onderhoudsbeurt
als de onderhoudsindicator
Als u het luchtfilter vervangt voordat dit nodig is, wordt
alleen maar de kans vergroot dat er vuil in de motor
komt als het filter wordt verwijderd.
1. Indicatielampje voor onderhoud
Belangrijk:
vastzit en de luchtfilterbehuizing helemaal afsluit.
1.
Plaats de machine op een horizontaal oppervlak,
laat de maai-eenheden zakken, stel de
parkeerrem in werking, zet de motor af en
verwijder het sleuteltje.
2.
Trek de vergrendeling naar buiten en draai het
luchtfilterdeksel linksom
58
het luchtfilter een onderhoudsbeurt
(voer dit eerder dan gepland uit
indien de onderhoudsindicator
rood is). Dit moet vaker
gebeuren in uiterst stoffige of
vuile omstandigheden.
(Figuur
86) dit aangeeft.
Figuur 86
Zorg ervoor dat het deksel goed
(Figuur
g009709
87).