WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
1
Schakelpedaal
2
2
3
4
5
1. Schakelpedaal
6
2. Schakelschakelaar
Het schakelpedaal bevindt zich aan de lin-
7
kerzijde van de motorfiets en wordt in com-
binatie met de koppelingshendel gebruikt bij
het schakelen van de versnellingen van de
8
6-traps constant-mesh versnellingsbak.
Als het snelschakelsysteem is ingescha-
9
keld, detecteert de schakelschakelaar de
beweging van het schakelpedaal en kan
worden opgeschakeld zonder de koppe-
10
lingshendel te bedienen. Zie QSS op pagi-
na 4-16 voor meer informatie.
11
12
DAU67010
Remhendel
1
1. "
"-merkteken
2. Stelwiel afstelpositie remhendel
3. Remhendel
4. Afstand tussen remhendel en stuurgreep
De remhendel bevindt zich aan de rechter-
zijde van het stuur. Trek de hendel naar de
gasgreep toe om de voorrem te bekrachti-
gen.
Dit model is uitgerust met een gekoppeld
remsysteem (UBS).
Wanneer u aan de remhendel trekt, wordt
de voorrem en een gedeelte van de achter-
rem bekrachtigd. Voor maximale rempres-
taties dient u gelijktijdig zowel de remhendel
in te knijpen als het rempedaal in te druk-
ken.
DAU67033
OPMERKING
Zie Remsysteem voor meer informatie
2
over de werking van het UBS- en ABS-sy-
steem.
3
De remhendel is voorzien van een stelwiel
voor de positie van de remhendel. Om de
afstand tussen de remhendel en de gas-
1
greep af te stellen, wordt het stelwiel ge-
4
draaid terwijl de hendel van de gasgreep
vandaan wordt gehouden. Controleer of het
correcte instelpunt op het stelwiel tegen-
over het "
staat.
4-30
" merkteken op de remhendel