WERKING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
1
2
3
1
(a)
4
1. Stelring veervoorspanning
5
2. Borgmoer
6
7
8
9
10
1. Afstand A
11
12
Veervoorspanning:
Minimum (zacht):
Standaard:
Maximum (hard):
2
(b)
3. Draai de borgmoer vast met het voor-
geschreven
LET OP: Draai de borgmoer altijd
vast tegen de stelring, en haal de
borgmoer vervolgens aan met het
voorgeschreven
ment.
1
Aanhaalmoment:
Borgmoer:
Uitgaande demping
Draai om de uitgaande demping te verho-
gen en zo de vering stugger te maken de
stelschroef in de richting (a). Draai om de
uitgaande demping te verlagen en zo de ve-
ring zachter te maken de stelschroef in de
richting (b).
Afstand A = 77.5 mm (3.05 in)
Afstand A = 79.0 mm (3.11 in)
Afstand A = 85.5 mm (3.37 in)
aanhaalmoment.
aanhaalmo-
[DCA22760]
25 Nm (2.5 m·kgf, 18 ft·lbf)
4-42
1
(a)
(b)
1. Stelschroef uitgaande demping
Afstelling uitgaande demping:
Minimum (zacht):
23 klik(ken) in de richting (b)*
Standaard:
12 klik(ken) in de richting (b)*
Maximum (hard):
0 klik(ken) in de richting (b)*
* Met de stelschroef volledig gedraaid
in de richting (a)
Ingaande demping
Snelle ingaande demping
Draai om de ingaande demping te verhogen
en zo de snelle ingaande demping stugger
te maken de stelbout in de richting (a). Draai
om de ingaande demping te verlagen en zo
de vering zachter te maken de stelbout in de
richting (b).