4.
Verwijder de aftappluggen zodat de olie in de
opvangbakken kan lopen.
5.
Plaats de pluggen.
6.
Verwijder en controleplug en vuil de as met
ongeveer 2,37 liter 85W-140 tandwielkastolie, of
totdat de olie de onderkant van het gat bereikt.
7.
Plaats de controleplug terug.
Controleren van het
smeermiddel in de
tandwielkast van de
achteras
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
Om de 400 bedrijfsuren (Controleer ook het
smeermiddel voordat u de motor voor het eerst
start.)
De tandwielkast is gevuld met SAE 85W-140
transmissieolie. De capaciteit bedraagt 0,5 liter.
1.
Plaats de machine op een horizontaal oppervlak,
laat de maai-eenheden zakken, stel de
parkeerrem in werking, zet de motor af en
verwijder het sleuteltje.
2.
Verwijder de controle/vulplug aan de linkerzijde
van de tandwielkast
of de tandwielolie tot aan de onderkant van
de opening komt. Als het peil te laag is, vult
u voldoende tandwielolie bij totdat het peil de
onderkant van de opening bereikt.
Figuur 108
1. Tandwielkast
(Figuur
108) en controleer
2. Controle-/vulplug
De tractieaandrijving
afstellen voor de
neutraalstand
De machine mag niet kruipen als het tractiepedaal niet
is ingetrapt. Als de machine kruipt, is afstelling vereist
1.
Parkeer de machine op een horizontaal
oppervlak, schakel de motor uit, zet de
snelheidsregeling op Laag, en laat de
maai-eenheden neer.
2.
Trap alleen het rechterrempedaal en stel de
parkeerrem in werking.
3.
Krik de linkerkant van de machine omhoog totdat
het linkervoorwiel vrij komt van de vloer van de
werkplaats. Zorg ervoor dat de machine steunt
op de rustpunten van de krik om te voorkomen
dat de machine per ongeluk valt.
4.
Start de motor en laat deze laagstationair lopen.
5.
Draai aan de contramoeren op het uiteinde van
de pompstang en beweeg de bedieningshendel
van de pomp naar voren als de machine
voorwaarts kruipt, of naar achteren als de
machine achterwaarts kruipt, totdat de machine
niet meer kruipt
1. Contramoeren van
pompstang
6.
Als de wielen niet meer draaien, draait u de
contramoeren vast om de afstelling te borgen.
7.
Zet de motor af en zet de rechterrem vrij.
8.
Haal de assteunen weg en laat de machine neer
op de grond.
9.
Maak een proefrit met de machine om er zeker
g011488
van te zijn dat deze niet kruipt.
68
(Figuur
109).
Figuur 109
2. Bedieningshendel van
pomp
g009987