Gegevensuitwisseling tussen
afstandsbedieningseenheden
(vervolg)
Ontvangst van de gegevens
voor een component-keuzetoets
van een andere
afstandsbediening
1-2
Volg de aanwijzingen 1
en 2 op blz. 40.
3
Houd de V cursortoets
ingedrukt en druk daarbij
op de component-
keuzetoets waaronder u de
gegevens wilt vastleggen.
Nu gaat het S (set)
indicatorlampje knipperen en
de gekozen component-
keuzetoets licht op.
4
Controleer of de andere
afstandsbediening gereed is
voor het verzenden van
gegevens.
(Zie voor het instellen van de
afstandsbediening voor
verzenden de aanwijzingen op
blz. 39.)
Opmerking
Controleer zorgvuldig of de andere
afstandsbediening gereed is voor
het verzenden van gegevens.
NL
42
5
Druk op de ENT toets.
Het S (set) indicatorlampje licht
op, maar de gekozen
component-keuzetoets dooft
nu (paraatstand voor de
ontvangst van gegevens).
6
Druk op de ENT (of
ENTER) toets van de
afstandsbediening die de
gegevens moet verzenden.
Nadat de gegevens zijn
ontvangen, blijft de
component-keuzetoets
branden. Als de
gegevensoverdracht op enig
punt gedurende of na de
bediening misgaat, knipperen
het S (set) indicatorlampje en
alle component-keuzetoetsen
vijfmaal achtereen en dan keert
de afstandsbediening terug
naar de toestand van stap 5.
Probeer het dan opnieuw vanaf
stap 6 of druk op de S (set)
toets om de ontvangst van
gegevens te annuleren.
Opmerking
Als u stap 6 niet binnen 10 seconden
verricht, knipperen het S (set)
indicatorlampje en de component-
keuzetoets vijfmaal achtereen, gevolgd
door een korte pauze en dan knipperen
ze opnieuw.