Als het apparaat niet kan scherpstellen op een enkel geselecteerd punt, gebruikt
het de scherpstellingspunten rond het flexibel punt als tweede prioriteit om scherp
te stellen.
Als de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, volgt het apparaat
het onderwerp binnen het geselecteerde scherpstelgebied. Wijs met de cursor
[AF-vergrendeling] aan op het [Scherpstelgebied]-instelscherm, en selecteer
daarna het gewenste gebied waar het volgen moet beginnen met de linker-
/rechterkant van het besturingswiel. U kunt het gebied waarin het volgen begint
verplaatsen naar een gewenste punt door het gebied aan te wijzen als het
flexibele punt of uitgebreide flexibele punt.
Op het Flexibel Punt-opnamescherm kunt u de grootte van het AF-
bereikzoekerframe veranderen door het besturingswiel te draaien.
Opmerking
Wanneer de functiekeuzeknop in de stand
opnemen van bewegende beelden, kunt u [AF-vergrendeling] niet selecteren
voor [Scherpstelgebied].
Wanneer de functiekeuzeknop in de stand
Rec] is ingesteld op Aan, wordt [Scherpstelgebied] automatisch omgeschakeld
naar [Breed].
U kunt [AF-vergrendeling] alleen selecteren wanneer de scherpstellingsfunctie
is ingesteld op [Continue AF].
Een rechthoekige stippellijn kan worden afgebeeld rond het hele scherm in het
helder-beeldzoom-, digitale-zoom- of slimme-zoombereik om scherp te stellen
met behulp van het hele frame.
[62] Hoe te gebruiken
Centr. AF-vergrend.
Wanneer u op de middenknop drukt, detecteert de camera het onderwerp dat zich
in het midden van het scherm bevindt, waarna de camera dat onderwerp blijft
volgen.
AF-vergrendeling:
De opnamefuncties gebruiken
(Film) staat en tijdens het
(Film) staat en [Automat. Dual
Scherpstellen