Hibernationstand
Met de hibernationvoorziening wordt de hibernationstand
geactiveerd: uw werk wordt opgeslagen in een hibernation-
bestand op de vaste schijf en de notebookcomputer wordt
afgesloten. Na beëindiging van de hibernationstand worden de
gegevens weer weergegeven zoals ze op het scherm stonden toen
de stand werd geactiveerd. Als er een opstartwachtwoord is
ingesteld, moet u dit wachtwoord invoeren om de hibernation-
stand te beëindigen.
U kunt de hibernationvoorziening uitschakelen. Bij een
uitgeschakelde hibernationvoorziening wordt uw werk echter niet
automatisch opgeslagen als de accu bijna leeg is geraakt en het
systeem is ingeschakeld of in de standbystand staat.
Als de hibernationvoorziening is uitgeschakeld, wordt deze
voorziening niet als optie in het venster Energiebeheer
weergegeven. Schakel de hibernationvoorziening in als u deze
voorziening in het venster Energiebeheer wilt selecteren. Als u
wilt controleren of de hibernationvoorziening is ingeschakeld,
selecteert u Start > Configuratiescherm > Prestaties en
onderhoud > Energiebeheer > tabblad Slaapstand. Controleer
of de optie Slaapstand inschakelen is geselecteerd.
VOORZICHTIG: Als de configuratie van de notebookcomputer wordt
Ä
gewijzigd terwijl de computer in de hibernationstand staat, kan de
hibernationstand mogelijk niet worden beëindigd. Neem de volgende
richtlijnen in acht wanneer de hibernationstand is geactiveerd:
■
Sluit de notebookcomputer niet aan op of koppel deze niet los
van een dockingapparaat.
■
Installeer en verwijder geen geheugenmodules.
■
Plaats of verwijder geen vaste schijven.
■
Sluit geen externe apparatuur aan of koppel deze niet los.
■
Plaats of verwijder geen PC Card of SD-geheugenkaart
(Secure Digital).
Handleiding voor de hardware en software
Energiebeheer
2–5