Accuvoeding besparen
Als u gebruikmaakt van de in dit gedeelte beschreven procedures
en instellingen voor energiebesparing voor de accu, werkt de
notebookcomputer langer op één acculading.
Energie besparen terwijl u werkt
U kunt als volgt energie besparen terwijl u werkt met de
notebookcomputer:
■
Schakel draadloze verbindingen uit en sluit modem-
applicaties af wanneer u deze niet gebruikt.
■
Schakel het LAN-apparaat (Local Area Network) uit wanneer
u de LAN-verbinding niet gebruikt. In de LAN-energie-
besparingsstand kunt u het LAN-apparaat uitschakelen door
de netwerkkabel los te koppelen. Zie het gedeelte
"LAN-energiebesparingsstand gebruiken"
voor meer informatie.
■
Ontkoppel externe apparatuur die u niet gebruikt en die niet
is aangesloten op een externe voedingsbron.
■
Verwijder of stop PC Cards die u niet gebruikt. Raadpleeg
hoofdstuk 6, "PC
■
Pas de helderheid van het beeldscherm aan met de hotkeys
fn+f9
■
Gebruik optionele luidsprekers met versterking in plaats van
de geïntegreerde luidsprekers of gebruik de volumeknoppen
om het systeemgeluidsvolume aan te passen.
■
Schakel een apparaat dat op de S-video-uitgang is
aangesloten uit door op de hotkey
ondersteuning voor het apparaat uit te schakelen in Windows.
■
Sluit de notebookcomputer aan op een externe voedingsbron
als u een diskette gaat formatteren.
■
Activeer de standbystand of de hibernationstand of zet de
notebookcomputer uit als u stopt met werken.
Handleiding voor de hardware en software
Cards", voor meer informatie.
en
.
fn+f10
Energiebeheer
in dit hoofdstuk
te drukken of door de
fn+f4
2–33