Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Beschikbare talen

Beschikbare talen

Bedienungsanleitung
Digital-Multimeter VC851
Best.-Nr. 2576865
Operating Instructions
Digital multimeter VC851
Item No. 2576865
Mode d'emploi
Multimètre numérique VC851
Item No. 2576865
Gebruiksaanwijzing
Digitale multimeter VC851
Item No. 2576865
Seite
2 - 45
Page
46 - 88
Page
89 - 133
Pagina
134 - 176
Inhoudsopgave
loading

Samenvatting van Inhoud voor VOLTCRAFT VC851

  • Pagina 1 Bedienungsanleitung Digital-Multimeter VC851 Seite Best.-Nr. 2576865 2 - 45 Operating Instructions Digital multimeter VC851 Page Item No. 2576865 46 - 88 Mode d’emploi Multimètre numérique VC851 Page Item No. 2576865 89 - 133 Gebruiksaanwijzing Digitale multimeter VC851 Pagina Item No. 2576865...
  • Pagina 134 1 Inhoudsopgave Inleiding .....................136 Bedoeld gebruik ..................136 Beschrijving van de onderdelen ..............138 Leveringsomvang ..................140 Verklaring van symbolen ................140 Veiligheidsinstructies .................142 8.1 Algemeen .....................142 8.2 Hanteren ....................142 8.3 Gebruiksomgeving ................142 8.4 Gebruik ....................143 Productbeschrijving ...................145 10 Aanduidingen en symbolen op het display ..........146 11 Meten ......................147 11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten ............148 11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus ......148 11.3 Meten van gelijkspanning “V...
  • Pagina 135 11.11 Capaciteitsmeting ................157 11.12 Temperatuurmeting .................158 12 Extra functies .....................159 12.1 RANGE ....................159 12.2 MAX/MIN-functie ................159 12.3 REL-functie ..................159 12.4 HOLD-functie ..................160 12.5 Auto power-off functie ................160 12.6 SELECT-functie .................160 12.7 SETUP-functie ...................161 12.8 Zaklantaarnfunctie ................161 13 Problemen oplossen ..................162 14 Reiniging en onderhoud ................163 14.1 Algemeen ...................163 14.2 Reiniging ....................163...
  • Pagina 136: Inleiding

    2 Inleiding Bedankt voor uw aankoop van dit product. Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be. 3 Bedoeld gebruik – Meting en weergave van elektrische grootheden in het bereik van meetcate- gorie CAT III tot max. 1000 V of CAT IV tot max. 600V tegen aardpotentiaal, conform EN 61010-1 en alle lagere categorieën.
  • Pagina 137 meetcircuits tot maximaal 1000 V en maximaal 3 sec. Beide stroommeetingangen zijn beveiligd tegen overbelasting met keramische hoogvermogenzekeringen. De spanning in het meetcircuit mag 1000 V niet over- schrijden. De multimeter wordt gevoed door drie standaard micro-batterijen (type AAA). Ge- bruik het apparaat alleen met het aangegeven batterijtype. Accu’s zijn vanwege de lagere celspanning niet toegestaan. Een automatische uitschakeling schakelt het apparaat na een vooraf ingestelde tijd uit als er geen knop op het apparaat wordt ingedrukt. Dit voorkomt voortijdige ontla- ding van de batterij. Deze functie kan worden uitgeschakeld. Aan de voorkant en aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een schakel- bare LED-lamp die als zaklantaarn kan worden gebruikt.
  • Pagina 138: Beschrijving Van De Onderdelen

    4 Beschrijving van de onderdelen 2.Quick Start Display screen Figure 2-2 Display screen...
  • Pagina 139 Led-zaklantaarn Optische bedieningscontrole C Display, grafisch geschikt, gekleurd (1) Systeemsymbolen (van batterijniveau links, APO, geluid, zaklantaarn, flits voor gevaarlijke spanning) (2) MAX-MIN-weergave actief (3) HOLD-weergave actief (4) Weergave relatieve waarde (5) Weergave voor gelijk-/wisselstroom (6) Weergave van de meetwaarden (7) Weergave van de meeteenheid (8) Weergave van staafdiagram (9) LoZ lage impedantie actief (10) Functies voor de knoppen F1 tot F4 (11) MAX/MIN- en AUTO-Range-functie Functieknoppen...
  • Pagina 140: Leveringsomvang

    5 Leveringsomvang Digitale multimeter 2x veiligheidsmeetkabels met CAT III/CAT IV-beschermkappen Draadtemperatuursensor, type K (-20 bis +230 °C) 3x microbatterijen (AAA) Gebruiksaanwijzing 6 Gebruiksaanwijzingen voor download Gebruik de link www.conrad.com/downloads (of scan de QR-code) om de volledige gebruiksaanwijzingen te downloaden (of nieuwe/huidige versies indien beschik- baar).
  • Pagina 141 Meetcategorie I voor het meten van elektrische en elektronische appa- raten die niet direct op de voeding zijn aangesloten (bijv. op batterijen CAT I werkende apparaten, extra lage veiligheidsspanning, signaal- en stuur- spanning, etc.) Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische ap- paraten die met behulp van een stekker direct zijn aangesloten op het CAT II elektrische stroomnet. Onder deze categorie vallen ook alle lagere cat- egorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen).
  • Pagina 142: Veiligheidsinstructies

    8 Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en informatie voor correct gebruik in deze handleiding niet in acht neemt, dan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor letsel of materiële schade. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijk- heid/garantie.
  • Pagina 143: Gebruik

    Zet het product nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condens die hierbij ontstaat kan in bepaalde gevallen het product onherstelbaar beschadigen. Laat de oplader eerst op kamertempera- tuur komen, voordat u hem in gebruik neemt. Gebruik het apparaat niet kort voor, tijdens of direct na onweer (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Let erop dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en schakelcomponenten enz. altijd droog zijn. Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddellijke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren.
  • Pagina 144 Bij het gebruik van meetpennen zonder afdekkappen mogen metingen tussen het meetapparaat en aardpo- tentiaal niet boven de meetcategorie CAT II uitgevoerd worden. Bij metingen vanaf de meetcategorie CAT III moeten meetpennen met afdekkappen (max. 4 mm vrije con- tactlengte) worden gebruikt, om onbedoelde kortsluiting tijdens de meting te voorkomen. Deze zijn bij de levering inbegrepen of reeds op de meetpennen gemonteerd.
  • Pagina 145: Productbeschrijving

    9 Productbeschrijving De gemeten waarden worden weergegeven op de multimeter (hierna DMM ge- noemd) op een digitaal display. De weergave van de meetwaarden van de DMM be- vat 6000 counts (count = kleinste weergavewaarde). De juiste bustoewijzing wordt bewaakt door de DMM. Als de bustoewijzing niet juist is, klinkt er een waarschu- wingstoon en verschijnt er een waarschuwingsmelding op het display. Dit verhoogt de bedrijfszekerheid van het meetapparaat voor de gebruiker. Als de DMM langere tijd niet wordt gebruikt, schakelt het apparaat automatisch uit. De batterijen worden hierdoor bespaard en het maakt een langere gebruiksperiode mogelijk. De automatische uitschakeling kan vooraf worden ingesteld en kan hand- matig worden gedeactiveerd. Het meetapparaat kan zowel in de hobby als in het professionele veld worden ge- bruikt tot de meetcategorie CAT III 1000 V/CAT IV 600 V.
  • Pagina 146: Aanduidingen En Symbolen Op Het Display

    10 Aanduidingen en symbolen op het display De volgende symbolen en aanduidingen zijn zichtbaar op het apparaat of op het dis- play. Er kunnen andere symbolen op het display aanwezig zijn (displaytest). Deze hebben echter geen functie. TrueRMS Echte effectieve-waardemeting Δ Deltasymbool voor relatieve waardemeting (=referentiewaardemeting) Symbool voor mega (exp.6) Symbool voor kilo (macht 3) Ω Ohm (eenheid van elektrische weerstand) Hertz (eenheid van frequentie) Symbool voor nano (macht -9) µ Symbool voor micro (macht -6) Symbool voor milli (macht -3) Volt (eenheid van elektrische spanning) Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte)
  • Pagina 147: Meten

    11 Meten Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kun- nen voorkomen! Levensgevaar! Het meten is alleen mogelijk als het batterij- en zekeringvak ges- loten is.
  • Pagina 148: Meetapparaat Aan- En Uitzetten

    11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten Draai de draaiknop (E) in de overeenkomstige meetfunctie. De meetbereiken worden behalve bij de stroommeetbereiken automatisch op het beste weergavebereik ingesteld. Begin bij het meten van de stroom altijd met het hoogste meetbereik en schakel eventueel over naar een lager meetbereik. Verwij- der voor het omschakelen altijd de meetkabels van het te meten object. Zet de draaiknop op “OFF” om het apparaat uit te schakelen. Zet het meetapparaat altijd uit wanneer u het niet gebruikt. Sluit de meetkabels bij opslag bij voorkeur aan op de hoogohmige meetbussen COM en V.
  • Pagina 149: Meten Van Gelijkspanning "V

    11.3 Meten van gelijkspanning “V ” Ga voor het meten van gelijkspanning als volgt te werk: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “V ”. Op het display verschijnt “ ” en de eenheid “V”. Voor kleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik “mV”. Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM- aansluiting.
  • Pagina 150: Meten Van Wisselspanning "V

    11.4 Meten van wisselspanning “V ” Ga voor het meten van wisselspanning als volgt te werk: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “V ”. Druk op de knop “SELECT” om over te schakelen naar het AC-bereik. Op het display verschijnt “ ”...
  • Pagina 151: Loz-Spanningsmeting

    11.5 LoZ-spanningsmeting Met de LoZ-meetfunctie kunt u gelijk- en wisselspanning meten met een lagere impedantie (ong. 400 kΩ). De lagere interne weerstand van het meetapparaat re- duceert het verkeerd meten van lek- en fantoomspanningen. Het meetcircuit wordt echter sterker belast dan bij de standaard meetfunctie. Om de LoZ-meetfunctie te gebruiken, drukt u tijdens de spanningsmeting op de knop “LoZ”. De meetimpedantie wordt verlaagd zolang de knop ingedrukt wordt gehouden. Tijdens de LoZ-meetfunctie klinkt een akoestisch signaal en licht de in- dicator (B) op.
  • Pagina 152 Voer de stroommeting zo snel mogelijk uit. Continue metingen moeten worden vermeden. Als het meetbereik wordt overschreden, wordt een optisch en akoestisch alarm weergegeven. Voer de volgende procedure uit om gelijkstroom (A ) te meten: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “10A”, mA, of µA”. De tabel toont de verschillende meetfuncties en de mogelijke meetbereiken. Selecteer het meetbereik en de bijbehorende meetbussen. Meetfunctie Meetbereik Meetbussen µA <6000 µA...
  • Pagina 153: Frequentiemeting/Duty Cycle In

    Voer de volgende procedure uit om wisselstroom (A) te meten Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “10A”, mA, of µA”. Druk op de knop “SELECT” om naar het AC-meetbereik te schakelen. Het display geeft “ “ weer. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer teruggeschakeld enz.
  • Pagina 154: Meten Van Weerstand

    11.8 Meten van weerstand Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanning- sloos en ontladen zijn. Ga voor het meten van de weerstand als volgt te werk: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “Ω”.
  • Pagina 155: Diodetest

    Als u een weerstandsmeting uitvoert, dient u erop te letten, dat de meetpunten, die u met de meetpennen voor het meten aanraakt, vrij zijn van verontreinigin- gen, olie, soldeerlak of soortgelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat beïnvloeden. De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde wordt weergegeven. Als er "OL" wordt weergegeven, kan deze functie niet worden geactiveerd. 11.9 Diodetest Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings-...
  • Pagina 156: Continuïteitstest

    Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit. 11.10 Continuïteitstest Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn. Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie Druk 1x op de knop “SELECT” om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het sym- bool voor de continuïteitstest en het symbool voor de eenheid “Ω”. Door...
  • Pagina 157: Capaciteitsmeting

    11.11 Capaciteitsmeting Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn. Houd bij elektrolytische condensatoren absoluut rekening met de juiste polariteit. Schakel de DMM in en kies het meetbereik Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM- aansluiting.
  • Pagina 158: Temperatuurmeting

    11.12 Temperatuurmeting Tijdens het meten van de temperatuur mag enkel de temperatu- ursensor aan de te meten temperatuur onderhevig worden gesteld. Over- of onderschrijd de bedrijfstemperatuur van de DMM niet om foutieve metingen te vermijden. De contact-temperatuursensor mag alleen op spanningsvrije opper- vlakken worden gebruikt.
  • Pagina 159: Extra Functies

    12 Extra functies Met de functieknoppen (F1 - F4) kunnen verschillende extra functies worden ge- activeerd. Bij elke druk op de knop hoort u een akoestisch signaal ter bevestig- ing. Sommige extra functies zijn niet beschikbaar in sommige meetfuncties. Deze worden dan donkergrijs weergegeven en kunnen niet worden geactiveerd. 12.1 RANGE Met de knop RANGE kan handmatig een vast meetbereik worden ingesteld. De Autorange-functie wordt daarbij gedeactiveerd. Elke druk op de knop gaat één meetbereik verder.
  • Pagina 160: Hold-Functie

    12.4 HOLD-functie De Hold-functie houdt de momenteel weergegeven meetwaarde op het display vast, om deze in alle rust te kunnen lezen en opschrijven. Controleer bij de controle van spanningvoerende leidingen of deze functie aan het begin van de test is uitgeschakeld. Dit zou anders tot verkeerde metingen kunnen leiden! Om de Hold-functie in te schakelen, drukt u kort op de knop “HOLD”;...
  • Pagina 161: Setup-Functie

    12.7 SETUP-functie Via het Setup-menu kunnen verschillende systeeminstellingen naar wens worden ingesteld. Druk op de knop “SETUP” om het instellingenmenu te openen. De func- tieknoppen “F1” en “F2” dienen als navigatieknoppen. De menupunten kunnen worden geselecteerd. Met de functieknoppen “F3” en “F4” kan de waarde kunnen worden gewijzigd. Druk op de knop “SETUP” om het Setup-menu te verlaten. Brightness Displayverlichting Sound...
  • Pagina 162: Problemen Oplossen

    13 Problemen oplossen Probleem Reden Oplossing De multimeter werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer de batterijsta- tus. Batterij vervangen. Is er een verkeerde Controleer het display meetfunctie ingesteld (AC/DC) en schakel (AC/DC)? zo nodig om naar een andere functie. Geen verandering van Zijn de verkeerde Controleer of de meetka- meetwaarde.
  • Pagina 163: Reiniging En Onderhoud

    14 Reiniging en onderhoud Belangrijk: – Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, reinigingsalcohol of an- dere chemische oplosmiddelen. Deze kunnen de behuizing beschadigen en ervoor zorgen dat het product niet goed werkt. – Dompel het product niet onder in water. 14.1 Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter gedurende een lange periode te garand- eren, moet deze eenmaal per jaar worden gekalibreerd.
  • Pagina 164: Batterij- En Zekeringvak Openen

    Gebruik voor de reiniging van het apparaat, het display en de meetsnoeren een schone, pluisvrije, antistatische en enigszins vochtige doek. Laat het apparaat com- pleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt. 14.3 Batterij- en zekeringvak openen Om veiligheidsredenen mogen de batterij en de zekeringen alleen worden vervan- gen als alle meetkabels van het meetapparaat zijn verwijderd. Het batterij- en zeker- ingvak (I) kan niet worden geopend als de meetkabels zijn aangesloten. Bovendien worden bij het openen alle meetbussen mechanisch geblokkeerd om te voorkomen dat de meetkabels later worden aangesloten wanneer de behuizing open is. De vergrendeling wordt automatisch ontgrendeld zodra het batterij- en ze- keringvak weer dicht is.
  • Pagina 165: De Zekering Vervangen

    14.4 De zekering vervangen Beide stroomingangen zijn beveiligd met keramische hoogvermogenzekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is, moet de zekering worden vervangen. Voor het vervangen gaat u als volgt te werk: Ontkoppel de aangesloten meetkabels van de te meten stroomkring en uw meetapparaat. Zet de DMM uit. Open de behuizing zoals beschreven in het hoofdstuk “Meetapparaat openen”. Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte.
  • Pagina 166 Vervang de gebruikte batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterijen met de juiste polariteit in het batterijvak. Let op de polariteitsaanduiding in het batterijvak. Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten. Zelfs lekbes- tendige batterijen kunnen gaan roesten, waardoor er chemicaliën uit kunnen lekken die schadelijk zijn voor de gezondheid en het ap- paraat kunnen beschadigen.
  • Pagina 167: Verwijdering

    15 Verwijdering 15.1 Product Alle elektrische en elektronische apparaten die op de Europese markt worden gebracht, moeten van dit symbool zijn voorzien. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval moet worden afgevoerd. Elke eigenaar van oude apparatuur is verplicht om oude apparatuur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval af te voeren. De ein- dgebruikers zijn verplicht om gebruikte batterijen en accu's die niet door het oude apparaat zijn omsloten, net als lampen die zonder het oude apparaat te vernietigen kunnen worden verwijderd, voor afgifte bij een inzamelingspunt te verwijderen.
  • Pagina 168: Batterijen/Accu's

    15.2 Batterijen/accu’s Verwijder batterijen/accu’s die mogelijk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wet- telijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevo- erd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de inzamelingspunten van uw gemeen- te, onze filialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu. Dek blootliggende contacten van batterijen/accu’s volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/ accu’s leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
  • Pagina 169: Technische Gegevens

    16 Technische gegevens: 16.1 Stroomvoorziening Bedrijfsspanning ......3 microbatterijen (3x 1,5 V, type AAA) 16.2 Omgevingsvoorwaarden Gebruikstemperatuur ....0 tot +40 °C Bedrijfsvochtigheid ....... ≤80% RV (niet-condenserend) Opslagtemperatuur ....... -10 tot +60 °C Opslagvochtigheid ......≤80 % RV (niet-condenserend) Gebruikshoogte ......max. 2000 m boven NAP 16.3 Andere Afmetingen ........(L x B x H) 200 x 91 x 43 mm Gewicht .........
  • Pagina 170: Meettoleranties

    16.5 Meettoleranties Opgave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aflezing + weergavefout in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid is geldig voor één jaar bij een temperatuur van +23 °C (± 5°C) bij een relatieve luchtvochtigheid van kleiner dan 80% niet condenserend. Buiten dit temperatuurbereik geldt een temperatuurcoëffi- ciënt: +0,1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/1 °C. De meting kan worden beïnvloed als het apparaat binnen een hoogfrequente elektromagnetische veldsterkte wordt gebruikt. Gelijkspanning V/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 60,00 mV* 0,01 mV ±(0,5% + 10) 600,0 mV* 0,1 mV ±(0,5% + 5) 6,000 V 0,001 V ±(0,5% + 5)
  • Pagina 171 Wisselspanning V/AC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 mV* 0,1 mV ±(1,0% + 10) 6,000 V 0,001 V ±(0,8% + 8) 60,00 V 0,01 V ±(0,8% + 5) 600,0 V 0,1 V ±(0,8% + 5) 1000 V ±(1,0% + 5) *alleen via de meetfunctie "mV" beschikbaar Gespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereik Frequentiebereik 45 Hz - 1 kHz;...
  • Pagina 172 Gelijkstroom A/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 µA 0,1 µA ±(0,8% + 8) 6000 µA 1 µA ±(0,8% + 5) 60,00 mA 0,01 mA ±(0,8% + 8) 600,0 mA 0,1 mA ±(0,8% + 5) 6,000 A 0,001 A ±(1,5% + 8) 10,00 A 0,01 A ±(1,5% + 8)
  • Pagina 173 Wisselstroom A/AC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 µA 0,1 µA ±(1,0% + 5) 6000 µA 1 µA ±(1,0% + 5) 60,00 mA 0,01 mA ±(1,0% + 5) 600,0 mA 0,1 mA ±(1,0% + 5) 6,000 A 0,001 A ±(1,5% + 10) 10,00 A 0,01 A ±(1,5% + 10)
  • Pagina 174 Weerstand Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 600,0 Ω* 0,1 Ω ±(0,8% + 5) 6,000 kΩ* 0,001 kΩ ±(0,8% + 5) 60,00 kΩ 0,01 kΩ ±(0,8% + 5) 600,0 kΩ 0,1 kΩ ±(0,8% + 5) 6,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,0% + 5) 60,00 MΩ 0,01 MΩ ±(2,0% + 5) Beveiliging tegen overbelasting 1000 V Meetspanning: ong. 1 V, meetstroom ong. 0,5 mA *Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤600 Ω na aftrek van de meetsnoerweer- stand via REL-functie Capaciteit...
  • Pagina 175 Frequentie “Hz” (elektronisch) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 60,00 Hz 0,01 Hz 600,0 Hz 0,1 Hz 6,000 kHz 0,001 kHz 60,00 kHz 0,01 kHz ±(0,1% + 3) 600,0 kHz 0,1 kHz 6,000 MHz 0,001 MHz 10,00 MHz 0,01 MHz Signaalniveau (zonder gelijkspanningsaandeel): ≤100 kHz: 0,4 - 20 Vrms >100 kHz - <1 MHz: 0,4 - 20 Vrms ≥1 MHz - <5 MHz: 0,5 - 20 Vrms ≥5 MHz - 10 MHz: 0,9 - 20 Vrms Beveiliging tegen overbelasting 1000 V...
  • Pagina 176 Akoestische continuïteitstester Meetbereik Resolutie 600,0 Ω 0,1 Ω Aanspreekdrempel: ≤50 Ω continue toon; >50 Ω geen toon Overbelastingsbeveiliging: 1000 V Testspanning ca. 1 V Teststroom 0,5 mA Temperatuur Bereik Resolutie Nauwkeurigheid* -40 tot <+40 °C 1 °C ±(2,5% + 5) +40 tot <+100 °C 1 °C ±(1,0% + 3) +100 tot +1000 °C 1 °C ±(1,0% + 3) -40 tot <+32 °F...
  • Pagina 180 Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.

Deze handleiding is ook geschikt voor:

2576865

Inhoudsopgave