Pagina 148
1 Inhoudsopgave Inleiding .....................150 Bedoeld gebruik ..................151 Beschrijving van de onderdelen ..............153 Leveringsomvang ..................155 Nieuwste productinformatie ...............155 Verklaring van symbolen ................155 Veiligheidsinstructies .................156 8.1 Algemeen .....................156 8.2 Hanteren ....................157 8.3 Gebruiksomgeving ................157 8.4 Gebruik ....................158 Productbeschrijving ...................159 10 Aanduidingen en symbolen op het display ..........161 11 Meten ......................162 11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten ............163 11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus ......163...
Pagina 149
11.11 Capaciteitsmeting ................172 11.12 Temperatuurmeting .................173 12 Extra functies .....................174 12.1 RANGE ....................174 12.2 MAX/MIN-functie ................174 12.3 REL-functie ..................174 12.4 HOLD-functie ..................175 12.5 Auto power-off functie ................175 12.6 SELECT-functie .................175 12.7 SETUP-functie ...................175 12.8 Zaklantaarnfunctie ................176 12.9 Bluetooth -functie “BLE” ..............177 ®...
Met Voltcraft kan zowel de kieskeurige hobbyist als de professionele gebruiker ® zelfs de moeilijkste taken probleemloos uitvoeren. Voltcraft biedt u betrouwbare ® technologie met een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding. We zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een langdurige en prettige samenwerking.
3 Bedoeld gebruik – Meting en weergave van elektrische grootheden in het bereik van meetcate- gorie CAT III tot max. 1000 V of CAT IV tot max. 600V tegen aardpotentiaal, conform EN 61010-1 en alle lagere categorieën. – Meten van gelijkspanning tot max. 1000 V – Meten van wisselspanning tot max. 1000 V –...
Pagina 152
Een automatische uitschakeling schakelt het apparaat na een vooraf ingestelde tijd uit als er geen knop op het apparaat wordt ingedrukt. Dit voorkomt voortijdige ontla- ding van de batterij. Deze functie kan worden uitgeschakeld. Aan de voorkant en aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een schakel- bare LED-lamp die als zaklantaarn kan worden gebruikt. Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een uitklapbare standaard. Hier- mee kan het meetapparaat zo worden neergezet dat het beter kan worden afgele- zen.
Pagina 154
Led-zaklantaarn Optische bedieningscontrole C Display, grafisch geschikt, gekleurd (1) Systeemsymbolen (van batterijniveau links, APO, geluid, zaklantaarn, flits voor gevaarlijke spanning) (2) MAX-MIN-weergave actief (3) HOLD-weergave actief (4) Weergave relatieve waarde (5) Weergave voor gelijk-/wisselstroom (6) Weergave van de meetwaarden (7) Weergave van de meeteenheid (8) Weergave van staafdiagram (9) LoZ lage impedantie actief (10) Functies voor de knoppen F1 tot F4 (11) MAX/MIN- en AUTO-Range-functie Functieknoppen...
5 Leveringsomvang Digitale multimeter 2x veiligheidsmeetkabels met CAT III/CAT IV-beschermkappen Draadtemperatuursensor, type K (-20 bis +230 °C) 3x microbatterijen (AAA) Gebruiksaanwijzing 6 Nieuwste productinformatie Download de meest recente gebruiksaanwijzing via onder- staande link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeel- de QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op. 7 Verklaring van symbolen De volgende symbolen zijn te vinden op het product/apparaat of in de tekst: Het symbool waarschuwt voor gevaren die tot letsel kunnen leiden.
Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische ap- paraten die met behulp van een stekker direct zijn aangesloten op het CAT II elektrische stroomnet. Onder deze categorie vallen ook alle lagere cat- egorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). Meetcategorie III voor metingen aan installaties in gebouwen (bijv. stop- contacten of groepen). Onder deze categorie vallen ook alle lagere cat- egorieën (bijvoorbeeld CAT II voor metingen aan elektrische apparaten). CAT III Het uitvoeren van metingen in CAT III is alleen toegestaan met behulp van meetpennen met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpennen met afdekdoppen.
Als u vragen hebt die niet met dit document kunnen worden beantwoord, neem dan contact op met onze technische klantenservice of ander gespecialiseerd personeel. Laat onderhouds-, aanpassings- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door een vakman of een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren. 8.2 Hanteren Behandel het product met zorg.
8.4 Gebruik Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat. Neem in industriële omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht. In scholen en opleidingsinstituten, hobby- en werkplaatsen, evenals bij mensen met beperkte lichamelijke en geestelijke vaardigheden moet werken met meet- apparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel. Controleer voor elke meting of het meetapparaat op de juiste meetfunctie is ingesteld.
Als het niet langer mogelijk is het product veilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Zie er ABSO- LUUT vanaf het product zelf te repareren. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: – zichtbaar is beschadigd, – niet meer naar behoren werkt, – gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd opgeslagen – onderhevig is geweest aan ernstige transportgerelateerde belastingen. 9 Productbeschrijving De gemeten waarden worden weergegeven op de multimeter (hierna DMM ge- noemd) op een digitaal display.
Pagina 160
Draaiknop (E) De verschillende meetfuncties worden via de draaiknop geselecteerd. In de mees- te meetfuncties is de automatische bereikselectie “Autorange” actief. Hierbij wordt altijd het desbetreffende geschikte meetbereik ingesteld. De stroom-meetbereiken moeten handmatig worden ingesteld. Begin de stroommetingen altijd op het hoog- ste meetbereik en schakel indien nodig om naar een lager meetbereik. Op de draaiknop zit een indicatielampje om de instelpositie duidelijk aan te geven. Met de knop “SELECT” schakelt u naar een subfunctie als een meetfunctie dubbel bezet is (bijv. omschakelen weerstandsmeting - diodetest en continuïteitstest of AC/ DC-omschakeling).
10 Aanduidingen en symbolen op het display De volgende symbolen en aanduidingen zijn zichtbaar op het apparaat of op het dis- play. Er kunnen andere symbolen op het display aanwezig zijn (displaytest). Deze hebben echter geen functie. TrueRMS Echte effectieve-waardemeting Δ Deltasymbool voor relatieve waardemeting (=referentiewaardemeting) Symbool voor mega (exp.6) Symbool voor kilo (macht 3) Ω Ohm (eenheid van elektrische weerstand) Hertz (eenheid van frequentie) Symbool voor nano (macht -9) µ Symbool voor micro (macht -6) Symbool voor milli (macht -3) Volt (eenheid van elektrische spanning) Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte)
11 Meten Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kun- nen voorkomen! Levensgevaar! Het meten is alleen mogelijk als het batterij- en zekeringvak ges- loten is.
11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten Draai de draaiknop (E) in de overeenkomstige meetfunctie. De meetbereiken worden behalve bij de stroommeetbereiken automatisch op het beste weergavebereik ingesteld. Begin bij het meten van de stroom altijd met het hoogste meetbereik en schakel eventueel over naar een lager meetbereik. Verwij- der voor het omschakelen altijd de meetkabels van het te meten object. Zet de draaiknop op “OFF” om het apparaat uit te schakelen. Zet het meetapparaat altijd uit wanneer u het niet gebruikt. Sluit de meetkabels bij opslag bij voorkeur aan op de hoogohmige meetbussen COM en V.
11.3 Meten van gelijkspanning “V ” Ga voor het meten van gelijkspanning als volgt te werk: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “V ”. Op het display verschijnt “ ” en de eenheid “V”. Voor kleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik “mV”. Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM- aansluiting.
11.4 Meten van wisselspanning “V ” Ga voor het meten van wisselspanning als volgt te werk: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “V ”. Druk op de knop “SELECT” om over te schakelen naar het AC-bereik. Op het display verschijnt “ ”...
11.5 LoZ-spanningsmeting Met de LoZ-meetfunctie kunt u gelijk- en wisselspanning meten met een lagere impedantie (ong. 400 kΩ). De lagere interne weerstand van het meetapparaat re- duceert het verkeerd meten van lek- en fantoomspanningen. Het meetcircuit wordt echter sterker belast dan bij de standaard meetfunctie. Om de LoZ-meetfunctie te gebruiken, drukt u tijdens de spanningsmeting op de knop “LoZ”. De meetimpedantie wordt verlaagd zolang de knop ingedrukt wordt gehouden. Tijdens de LoZ-meetfunctie klinkt een akoestisch signaal en licht de in- dicator (B) op.
Pagina 167
Voer de stroommeting zo snel mogelijk uit. Continue metingen moeten worden vermeden. Als het meetbereik wordt overschreden, wordt een optisch en akoestisch alarm weergegeven. Voer de volgende procedure uit om gelijkstroom (A ) te meten: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “10A”, mA, of µA”. De tabel toont de verschillende meetfuncties en de mogelijke meetbereiken. Selecteer het meetbereik en de bijbehorende meetbussen. Meetfunctie Meetbereik Meetbussen µA <6000 µA...
Voer de volgende procedure uit om wisselstroom (A) te meten Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “10A”, mA, of µA”. Druk op de knop “SELECT” om naar het AC-meetbereik te schakelen. Het display geeft “ “ weer. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt weer teruggeschakeld enz. Sluit het meetapparaat aan op de bijbehorende meetingangen en het meetcir- cuit zoals beschreven onder “Gelijkstroommeting” en volg de verdere beschre- ven stappen.
11.8 Meten van weerstand Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanning- sloos en ontladen zijn. Ga voor het meten van de weerstand als volgt te werk: Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie “Ω”.
Als u een weerstandsmeting uitvoert, dient u erop te letten, dat de meetpunten, die u met de meetpennen voor het meten aanraakt, vrij zijn van verontreinigin- gen, olie, soldeerlak of soortgelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat beïnvloeden. De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde wordt weergegeven. Als er "OL" wordt weergegeven, kan deze functie niet worden geactiveerd. 11.9 Diodetest Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings-...
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMM uit. 11.10 Continuïteitstest Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn. Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie Druk 1x op de knop “SELECT” om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het sym- bool voor de continuïteitstest en het symbool voor de eenheid “Ω”. Door...
11.11 Capaciteitsmeting Controleer dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spannings- loos en ontladen zijn. Houd bij elektrolytische condensatoren absoluut rekening met de juiste polariteit. Schakel de DMM in en kies het meetbereik Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COM- aansluiting.
11.12 Temperatuurmeting Tijdens het meten van de temperatuur mag enkel de temperatu- ursensor aan de te meten temperatuur onderhevig worden gesteld. Over- of onderschrijd de bedrijfstemperatuur van de DMM niet om foutieve metingen te vermijden. De contact-temperatuursensor mag alleen op spanningsvrije opper- vlakken worden gebruikt.
12 Extra functies Met de functieknoppen (F1 - F4) kunnen verschillende extra functies worden ge- activeerd. Bij elke druk op de knop hoort u een akoestisch signaal ter bevestig- ing. Sommige extra functies zijn niet beschikbaar in sommige meetfuncties. Deze worden dan donkergrijs weergegeven en kunnen niet worden geactiveerd. 12.1 RANGE Met de knop RANGE kan handmatig een vast meetbereik worden ingesteld. De Autorange-functie wordt daarbij gedeactiveerd. Elke druk op de knop gaat één meetbereik verder.
12.4 HOLD-functie De Hold-functie houdt de momenteel weergegeven meetwaarde op het display vast, om deze in alle rust te kunnen lezen en opschrijven. Controleer bij de controle van spanningvoerende leidingen of deze functie aan het begin van de test is uitgeschakeld. Dit zou anders tot verkeerde metingen kunnen leiden! Om de Hold-functie in te schakelen, drukt u kort op de knop “HOLD”;...
De menupunten kunnen worden geselecteerd. Met de functieknoppen “F3” en “F4” kan de waarde kunnen worden gewijzigd. Druk op de knop “SETUP” om het Setup-menu te verlaten. Auto Power Off Automatische uitschakeling (MAX = uitgeschakeld) Brightness Displayverlichting Sound Knoptonen Color Mode Weergaveschema (licht/donker) Key Light Positieverlichting op de draaiknop Device Info Weergave systeeminformatie Torch Light Uitschakeltijd zaklantaarn (MAX = uitgeschakeld) Factory Reset...
Voor de interfacebediening is een smartphone of tablet met een Bluetooth ® 4.0-interface vereist. De app “Voltcraft VC800-Series” is gratis verkrijgbaar bij “Google Play” of Apple’s “App Store”. en moet voor gebruik worden geïnstalleerd. Installeer de app op uw smartphone of tablet.
13 Problemen oplossen Probleem Reden Oplossing De multimeter werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer de batterijsta- tus. Batterij vervangen. Is er een verkeerde Controleer het display meetfunctie ingesteld (AC/DC) en schakel (AC/DC)? zo nodig om naar een andere functie. Geen verandering van Zijn de verkeerde Controleer of de meetka- meetwaarde.
14 Reiniging en onderhoud Belangrijk: – Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, reinigingsalcohol of an- dere chemische oplosmiddelen. Deze kunnen de behuizing beschadigen en ervoor zorgen dat het product niet goed werkt. – Dompel het product niet onder in water. 14.1 Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter gedurende een lange periode te garand- eren, moet deze eenmaal per jaar worden gekalibreerd.
Gebruik voor de reiniging van het apparaat, het display en de meetsnoeren een schone, pluisvrije, antistatische en enigszins vochtige doek. Laat het apparaat com- pleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt. 14.3 Batterij- en zekeringvak openen Om veiligheidsredenen mogen de batterij en de zekeringen alleen worden vervan- gen als alle meetkabels van het meetapparaat zijn verwijderd. Het batterij- en zeker- ingvak (I) kan niet worden geopend als de meetkabels zijn aangesloten. Bovendien worden bij het openen alle meetbussen mechanisch geblokkeerd om te voorkomen dat de meetkabels later worden aangesloten wanneer de behuizing open is. De vergrendeling wordt automatisch ontgrendeld zodra het batterij- en ze- keringvak weer dicht is.
14.4 De zekering vervangen Beide stroomingangen zijn beveiligd met keramische hoogvermogenzekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is, moet de zekering worden vervangen. Voor het vervangen gaat u als volgt te werk: Ontkoppel de aangesloten meetkabels van de te meten stroomkring en uw meetapparaat. Zet de DMM uit. Open de behuizing zoals beschreven in het hoofdstuk “Meetapparaat openen”. Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte.
Pagina 182
Vervang de gebruikte batterijen door nieuwe batterijen van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterijen met de juiste polariteit in het batterijvak. Let op de polariteitsaanduiding in het batterijvak. Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten. Zelfs lekbes- tendige batterijen kunnen gaan roesten, waardoor er chemicaliën uit kunnen lekken die schadelijk zijn voor de gezondheid en het ap- paraat kunnen beschadigen.
15 Verwijdering 15.1 Product Alle elektrische en elektronische apparaten die op de Europese markt worden gebracht, moeten van dit symbool zijn voorzien. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval moet worden afgevoerd. Elke eigenaar van oude apparatuur is verplicht om oude apparatuur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval af te voeren. De ein- dgebruikers zijn verplicht om gebruikte batterijen en accu's die niet door het oude apparaat zijn omsloten, net als lampen die zonder het oude apparaat te vernietigen kunnen worden verwijderd, voor afgifte bij een inzamelingspunt te verwijderen.
15.2 Batterijen/accu’s Verwijder batterijen/accu’s die mogelijk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wet- telijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevo- erd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de inzamelingspunten van uw gemeen- te, onze filialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu. Dek blootliggende contacten van batterijen/accu’s volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/ accu’s leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
17 Technische gegevens: 17.1 Stroomvoorziening Bedrijfsspanning ......3 microbatterijen (3x 1,5 V, type AAA) 17.2 Omgevingsvoorwaarden Gebruikstemperatuur ....0 tot +40 °C Bedrijfsvochtigheid ....... ≤80% RV (niet-condenserend) Opslagtemperatuur ....... -10 tot +60 °C Opslagvochtigheid ......≤80 % RV (niet-condenserend) Gebruikshoogte ......max. 2000 m boven NAP Andere Afmetingen ........(L x B x H) 200 x 91 x 43 mm Gewicht .........
17.5 Meettoleranties Opgave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aflezing + weergavefout in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid is geldig voor één jaar bij een temperatuur van +23 °C (± 5°C) bij een relatieve luchtvochtigheid van kleiner dan 80% niet condenserend. Buiten dit temperatuurbereik geldt een temperatuurcoëffi- ciënt: +0,1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/1 °C. De meting kan worden beïnvloed als het apparaat binnen een hoogfrequente elektromagnetische veldsterkte wordt gebruikt. Gelijkspanning V/DC Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 60,000 mV* 0,001 mV ±(0,15% + 8) 600,00 mV* 0,01 mV ±(0,03% + 5) 6,0000 V 0,0001 V ±(0,03% + 8)
Pagina 193
Akoestische continuïteitstester Meetbereik Resolutie 1000,0 Ω 0,1 Ω De weerstandsdrempel kan op 1~1000 Ω worden ingesteld. Overbelastingsbeveiliging: 1000 V Testspanning ca. 1 V Teststroom 0,5 mA Temperatuur Bereik Resolutie Nauwkeurigheid* -40 tot <+40 °C 0,1 °C ±(2,0% + 30) +40 tot <+100 °C 0,1 °C ±(1,0% + 20) +100 tot +1000 °C 0,1 °C ±(2,5%) -40 tot <+32 °F...
Pagina 196
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.