13.3.5
Elektrische aansluiting - motor
met Digital Data Interface
13.3.6
Inbedrijfname
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo Motor FKT 20.2, 27.1, 27.2:, EMU FA, Rexa SUPRA, Rexa SOLID • Ed.02/2024-11
–
Permanente magneetmotoren: 30 Hz tot aangegeven maximale frequentie volgens
typeplaatje
LET OP! De maximale frequentie kan minder dan 50 Hz bedragen!
–
Minimale stroomsnelheid naleven!
•
Min. schakelfrequentie: 4 kHz
•
Max. spannigspieken op het klembord: 1350 V
•
Uitgangsstroom aan de frequentie-omvormer: max. 1,5-voudige nominale stroom
•
Max. overbelastingstijd: 60 s
•
Draaimomenttoepassingen: kwadratische pompkarakteristiek of automatische energie-
optimalisatiemethode (bijv. VVC+)
De noodzakelijke toerental-/draaimomentkarakteristieken zijn op aanvraag te verkrij-
gen!
•
Neem de aanvullende maatregelen met betrekking tot de elektromagnetische compati-
biliteit (keuze frequentie-omvormer, filters enz.) in acht.
•
Overschrijd nooit de nominale stroom en het nominaal toerental van de motor.
•
Aansluiting van de temperatuurbewaking van de motor (bimetaal- of PTC-sensor) moet
mogelijk zijn.
•
Als de temperatuurklasse met T4/T3 is gemarkeerd, is de temperatuurklasse T3 van toe-
passing.
LET OP
Handleiding voor de Digital Data Interface in acht nemen!
Voor meer informatie en geavanceerde instellingen, de afzonderlijke Di-
gital Data Interface instructies lezen en opvolgen.
De evaluatie van alle bestaande sensoren wordt uitgevoerd via de Digital Data Interface. Via
de grafische gebruikersinterface van de Digital Data Interface worden de actuele waarden
weergegeven en de grensparameters ingesteld. Bij overschrijding van de grensparameters
volgt een waarschuwings- of alarmsignaal.
De motorwikkeling is bovendien voorzien van PTC-sensoren. Om een uitschakeling aan
hardwarezijde te garanderen: sluit de PTC-sensor op de ingang „Safe Torque Off (STO)" van
de frequentieomvormer aan.
De aansluiting van de Digital Data Interface is afhankelijk van de gekozen systeemmodus
en de verdere systeemcomponenten. Neem de inbouwvoorbeelden en aansluitvarianten
van de handleiding voor de Digital Data Interface in acht.
GEVAAR
Explosiegevaar bij gebruik van onjuiste pompen!
Indien niet-goedgekeurde pompen in explosieve zones worden gebruikt,
bestaat er levensgevaar door explosie!
• Binnen explosieve zones mogen alleen toegestane pompen worden
gebruikt.
• Neem de Ex-aanduiding op het typeplaatje in acht.
GEVAAR
Explosiegevaar door vonken in het hydraulische systeem!
Tijdens het bedrijf moet het hydraulische systeem volledig gevuld zijn
met vloeistof. Indien er zich luchtbellen in de hydrauliek vormen, bestaat
er explosiegevaar door vonken!
• Voorkom luchtinvoer in het medium. Installeer de keerplaat in de toe-
voerleiding.
• Voorkomen boven water halen van de hydraulica. Schakel de pomp bij
een bepaald vloeistofniveau uit.
• Installeer aanvullende droogloopbeveiliging.
• Voer droogloopbeveiliging met een herinschakelblokkering uit.
nl
53