Samenvatting van Inhoud voor Dräger Polytron 5000 Series
Pagina 2
ptBR Instruções de uso ..........5 Istruzioni per l'uso..........35 Gebruiksaanwijzing ........... 67 Bruksanvisning ..........97 Kullanım kılavuzu ..........125 Instrukcja obsługi..........153 ® Dräger Polytron 5000 Series...
Pagina 3
Polytron 5100 EC Polytron 5200 CAT Polytron 5310 IR Ex e Ex d Polytron 57x0 IR CAT Ex DSIR PIR 7x00...
Pagina 67
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ® Dräger Polytron 5000-serie Veiligheidsgerelateerde informatie Toegang krijgen tot het menu Wijzigen van parameterwaarden / status Veiligheidsinformatie Het menu verlaten Gebruiksgebied en gebruiksomstandigheden Weergave van de firmwareversie Mechanische installatie Elektrische installatie Kalibratie Inbedrijfstelling Testgassen Kalibratie Voorbereiding van de kalibratie Tijdens gebruik Voorbereiding van de kalibratie-instelling Onderhoud...
Pagina 68
Inhoudsopgave PIR Lock in-/uitschakelen Standaard farieksinstellingen Vaste instellingen voor relais, LED en alarm Vaste instelling: capture-bereik Capture-bereik Capture-bereik-instellingen Instellingen die veranderd kunnen worden via het menu Polytron 5xx0 Sensor-specifieke waarden ® Polytron 5100 EC ® Polytron 5200 CAT ® Polytron 5310 IR ®...
Veiligheidsgerelateerde informatie Veiligheidsgerelateerde informatie – Volg de richtlijnen van EN/IEC˽60079-29-2 voor detectie van ontvlambare gassen. ® Polytron 5100 EC-specifiek:: Deze gebruiksaanwijzing is in diverse talen beschikbaar en kan worden gedownload via de database voor technische – WAARSCHUWING: Gevaar van ontsteking van documentatie (www.draeger.com/ifu) of gratis als gedrukte ontvlambare of explosieve atmosferen! Vervanging van versie bij Dräger worden besteld.
Veiligheidsgerelateerde informatie apparaat mag niet worden gebruikt bij – WAARSCHUWING: Alleen voor installaties met omgevingstemperaturen buiten het op het apparaat kabelbuizen: Om het risico van ontsteking van een aangegeven temperatuurbereik. gevaarlijke atmosfeer te verlagen, is binnen 45,7 cm (18 inch) van de behuizing een leidingafdichting vereist. –...
Veiligheidsgerelateerde informatie 1.5.1 Kalibratie – Indien geplaatst op locaties met een omgevingstemperatuur hoger dan 55 °C, gebruikt u alleen – Voor een juist gebruik past u nooit de gevoeligheid aan, de daarvoor geschikte bedrading, gespecificeerd voor alvorens de nulaanpassing te voltooien. Door deze minimaal 25 °C boven de maximale handelingen in een andere volgorde uit te voeren, kan de omgevingstemperatuur.
Aanwijzingen in dit document Aanwijzingen in dit document Deksel behuizing Stelschroef (2 mm inbusschroef) Betekenis van de waarschuwingen Relaisboard In dit document worden de volgende waarschuwingen gehanteerd om de gebruiker te waarschuwen voor mogelijke PCB eenheid gevaren. De betekenissen van de waarschuwingen zijn als Onderzijde behuizing volgt gedefinieerd: Poort voor sensor...
Explosieveilige (Ex d) installatie - zonder Docking Station ® ® Polytron 5100 EC is inzetbaar in een 2-draads of 3-draads Polytron 5310 IR-specifiek: configuratie. ® – De Polytron 5310 IR met infrarood DrägerSensor IR is een explosieveilig instrument voor continue detectie van Deze functie wijzigt de gebruiksmodus door opties uit te ontvlambare gassen en dampen met koolwaterstoffen in schakelen die te veel stroom verbruiken (bijv.
Explosieveilige (Ex d) installatie - zonder Docking Station Elektrische installatie zonder Afbe Aansluitschema voor instrumenten Docking Station eldin Zie voor de aanbevolen aanhaalmomenten en toegestane Behuizingsaarding en interne bedrading van Poly- bedradingsspecificaties 17.3 Kabeleigenschappen. ® tron 5100 EC 4.2.1 Bedradingstabellen 4-20 mA (stroombron) 4-20mA / voeding 4-20 mA (stroomsink)
Explosieveilige (Ex d) installatie - met Docking Station Relaisconfiguratie: onder spanning bij alarm a. Bedradingsschroeven met het juiste moment aangehaald. Contact Alarmindicatortoestand en storingindica- b. Alle kabelconnectors met schroeven geborgd. tie door de alarmindicator c. De sensorconnector is ingeplugd. Alarm geacti- Transmitter- Veldbedra- ®...
Installatie van sensoren 3. Installeer de elektrische bedrading zie de 2. Kalibreer het instrument zo nodig opnieuw. gebruiksaanwijzing van het Docking Station (9033242). ® Polytron 5200 CAT-specifiek: 4. Schroef de transmitter stevig vast op het Docking Station Wijziging van de sensor tijdens het opwarmen met behulp van 4 schroeven met een aanhaalmoment van 8 Nm (70 LB IN.).
Bediening Om waarschuwings- en storingstoestanden te verhelpen, Displayvoorbeeld Beschrijving geeft u de storingscode of waarschuwingsmelding (zie Storingsindicatie "Navigatie in het menu", pagina 77) weer en begint u met de Er is een fout gedetecteerd. probleemoplossing (zie "Technische gegevens", pagina 93). Het display wisselt tussen Err en het foutnummer.
Kalibratie Kalibratie Toets Functie Bevestigt de invoer. Met een kalibratie wordt de meetnauwkeurigheid op basis van Selecteert menu's en functies. een bekende testgasconcentratie gecontroleerd en bijgesteld. Eerst wordt het nulpunt van de sensor gekalibreerd en 8.3.2 Wachtwoord vervolgens de sensorgevoeligheid. Kalibraties dienen op periodieke basis te worden uitgevoerd.
Kalibratie 9.2.1 Voorbereiding van de kalibratie-instelling Display- Beschrijving Actie sequentie ® Voor alle transmitters, uitgezonderd Polytron 57x0 IR LO - GAS Gasconcentratie te Gebruik hogere gascon- Zie afbeelding B op de uitvouwpagina. laag om goede centratie of druk op de Kalibratie-uitrusting: kalibratie uit te omhoog-toets...
Kalibratie kruisgevoelig is (zoals weergegeven op het informatieblad Polytron 57x0 (IR)-specifiek van de sensor) niet aanwezig is. In dit geval is geen cilinder of Voer een nulkalibratie uit: kalibratieadapter nodig voor de nulkalibratie. 1. Selecteer -0- Adj en bevestig met [OK] ...
Probleemoplossing 9.4.1 Uitvoeren van een gevoeligheidskalibratie 4. Controleer de gasconcentratie. ● Als de waarde juist is, tikt u op [DOWN]. Voorwaarden: ● Als de waarde onjuist is, tikt u op [OK]. Wijzig de – Het nulpunt is gekalibreerd. waarde met behulp van [UP]/[DOWN] (OMHOOG/ –...
Pagina 82
Probleemoplossing Display- Oorzaak Oplossing Storings- Oorzaak Oplossing sequentie nummer SNR ERR Sensorfout of sen- Laat het apparaat nakijken Err 117 Magneettoets staat Laat het apparaat nakijken sor wordt niet door DrägerService. al langer dan 1 door DrägerService. ondersteund minuut vast in de stand “on”...
Onderhoud 10.2 Waarschuwingen veiligheidsoverwegingen en de van toepassing zijnde specifieke omstandigheden waarbinnen het instrument wordt gebruikt/ Waar- Oorzaak Oplossing schu- Om de 6 maanden wingsnu – Inspectie door specifiek opgeleid onderhoudspersoneel. mmer – Controleer de signaaloverdracht naar de centrale, de Info 300 Instrumentinstellin- Om instrumentinstellingen...
Onderhoud 1. Stel zo nodig de onderhoudsstroom voor de analoge 8. Schroef de sensor in de poort en draai deze aan met het interface in. juiste aanhaalmoment (min. 266 LB IN. / min. 30 Nm) ® a. Om de onderhoudsstroom in te stellen, gaat u naar het 9.
Instrumentinstellingen 11.3 Controle van de responstijd (t90) Onder span- Als er een alarm wordt geactiveerd, wordt ning bij alarm het relaiscontact bekrachtigd. 1. Voer een gevoeligheidskalibratie uit en controleer de A1/A2 ENERG responstijd. - OFF 2. Vergelijk de responstijd met de t90-waarden die vermeld staan op het bijbehorende gegevensblad van de sensor.
Instrumentinstellingen 12.3 Alarmgrenzen Niet-vergren- De alarmtoestand wordt verwijderd, als de delend (nLat) gasconcentratie niet meer aan de alarm- 12.3.1 Alarmhysteresis voorwaarde voldoet. De hysteresisfunctie definieert een interval, waarbij een 1. Selecteer A1 - Lat / nLat of A2 - Lat / nLat geactiveerd relais zijn status behoudt, tot de gasconcentratie zich weer buiten het gedefinieerde interval bevindt.
Interface instellingen ● Tik op [OMLAAG] om het testalarm te deactiveren In de 2-draads modus zijn de volgende opties niet mogelijk: (OFF). – stroombron 4. Tikken op [OK] deactiveert het testalarm en het instrument – display met achtergrondverlichting keert terug naar het menu. –...
® Sensorinstellingen Polytron 5xx0 Voorbeeld: Benodigd bereik 0 tot 500 ppm CO (bijv. 7. Wijzig de waarde met behulp van [OMHOOG] en onderdeelnr. 6809605 standaard 300 ppm bereik min/max = [OMLAAG]. 50/1000 ppm).Selecteer 500 ppm als volledige schaaluitslag. 8. Bevestig met [OK]. De analoge uitgang zal lineair zijn en liggen tussen 4 mA = 0 De waarde is ingesteld en het instrument keert terug naar ppm en 20 mA = 500 ppm.
® Sensorinstellingen Polytron 5xx0 4. Bevestig met [OK]. 2. Tik op [OK]. De waarde knippert (gegevensinvoermodus). De waarde is ingesteld en het instrument keert terug naar het menu. 3. Tik op [OMHOOG] / [OMLAAG] om door de sensortypen te scrollen. ®...
Standaard farieksinstellingen 14.3.4 PIR Lock in-/uitschakelen 4. Bevestig met [OK]. De waarde is ingesteld en het instrument keert terug De PIR Lock-functie is een speciale functie van de PIR 7x00. naar het menu. Bij ingeschakelde PIR Lock is de toegang tot de parameters 5.
Standaard farieksinstellingen 15.2 Vaste instelling: capture-bereik 15.3 Instellingen die veranderd kunnen worden via het menu 15.2.1 Capture-bereik 15.3.1 Polytron 5xx0 In het capture-bereik worden meetfluctuaties weggelaten. Meetfluctuaties zijn geringe variaties in de gemeten waarden Menu Fabrieksinstelling Bereik (zoals signaalruis, variaties in concentratie). Die variaties wijzigen de overgedragen of afgebeelde waarde niet.
Afvoeren Technische gegevens Menu Fabrieksin- Bereik stelling 17.1 Meetbereiken Kalibratiegas-con- 2,5 vol% Als eenheid is vol% en centraties FSD < 10, bereik: {0,01 Sensor Meetbereik tot FSD} ® Afhankelijk van de sensor Polytron 5100 EC met Drä- Of als eenheid is vol% en ®...
Technische gegevens Maximale belastingsweerstand van het analoge signaal Werkstroom (max.) Maximale belasting Bereik voedingsspanning zonder relais, niet op 105 mA (DrägerSensor DQ) afstand geplaatste 130 mA (DrägerSensor LC) 300 Ω 15 tot 20 V sensor 500 Ω ≥ 20 V met relais, op 145 mA (DrägerSensor DQ) afstand geplaatste...
Prestatiegoedkeuringen 18.5.1 Sensors Beschrijving Onderdeelnummer Controleer de firmware-compatibiliteit van de sensor en de Sensor, Polytron SE Ex PR 6812710 zender. Voor het vervangen van de sensor kan een firmware- M2 DQ update nodig zijn. Neem voor ondersteuning contact op met Sensor, Polytron SE Ex HT M 6812720 Dräger.