8.2 Buitengewoon onderhoud
De werkzaamheden voor buitengewoon onderhoud mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een
assistentiewerkplaats die erkend is door DAB Pumps.
8.3 Verontreinigde pompen
Als een pomp gebruikt is voor een vloeistof die schadelijk voor de gezondheid of giftig is, dan
moet de pomp aangemerkt worden als verontreinigd.
Als reparatie van een pomp nodig is, dient u contact op te nemen met het assistentiecentrum om de
bijzonderheden over de gepompte vloeistof enz. door te geven voordat u de pomp opstuurt voor reparatie. Doet
u dit niet, dan kan het assistentiecentrum weigeren de pomp te accepteren.
Eventuele kosten voor het retourneren van de pomp zijn voor rekening van de klant.
Bij elke aanvraag voor service (ongeacht aan wie deze gericht is) moeten echter details beschikbaar gesteld
worden over de verpompte vloeistof als de pomp is gebruikt voor vloeistoffen die schadelijk voor de gezondheid
of giftig zijn. De pomp moet grondig worden gereinigd voordat deze wordt geretourneerd.
9. OPSPOREN VAN STORINGEN
Voordat een poging wordt gedaan om een storing te analyseren, dienen de zekeringen te
worden verwijderd of dient de voedingspanning te worden uitgeschakeld. U dient er zeker van
te zijn dat de voedingspanning niet per ongeluk kan worden ingeschakeld.
Er mogen geen onderdelen meer draaien.
Alle voorschriften die van toepassing zijn op pompen die zijn opgesteld in explosiegevaarlijke
omgevingen moeten worden nageleefd.
Wees ervan verzekerd dat er geen werkzaamheden worden uitgevoerd in een mogelijk
explosiegevaarlijke omgeving.
STORINGEN
De elektropomp
start niet.
De elektropomp start
maar de thermische
beveiliging grijpt in.
NEDERLANDS
WAARSCHIJNLIJKE OORZAKEN
Er arriveert geen stroom bij de motor.
Onvoldoende spanning.
De thermische beveiliging heeft
ingegrepen.
De
niveauvoelers
toestemming.
Onderbreking van een fase (driefasige
motoren).
Waaier geblokkeerd.
Motor defect.
Voedingsspanning
wijkt
nominale waarden.
Onjuiste draairichting.
Driefasige motor. Fase onderbroken.
Driefasige motor. Het relais is te laag
afgesteld.
Kortsluiting, dispersie naar de aarde in de
voedingskabel of in de motorwikkeling.
Temperatuur van de gepompte vloeistof te
hoog.
Gepompte vloeistof te dik.
Droog bedrijf van de elektropomp.
Thermisch relais defect.
Controleer
voedingskabels, de aansluitingen en de
zekeringen.
Controleer de waarde (zie hoofdstuk 10
"Technische gegevens").
Wacht de geplande afkoeling af,
het thermische relais en controleer de
afstelling.
geven
geen
Wacht tot het niveau hersteld is, controleer
de
werking
bijbehorende apparatuur.
Herstel de aansluitingeni.
De verstopping verwijderen, de waaier
wassen en reinigen; eventueel contact
opnemen met de assistentiedienst.
Neem contact op met de assistentiedienst.
af
van
de
Meet
motorfasen. Tolerantie: - 10 %/+ 6 %.
Herstel de juiste spanning.
Keer de draairichting om (zie paragraaf 7.2:
"Draairichting").
Herstel de aansluitingen.
Regel de afstelling.
Zoek de onderbreking op. Repareer dit of
ga naar de assistentiedienst.
Elektropomp niet geschikt voor het werk.
Vervangen.
De
vloeistof
ongeschikte elektropomp.
Controleer het niveau van de vloeistof in de
put en de niveaucontrole-instrumenten.
Vervangen.
91
OPLOSSINGEN
de
elektriciteitsleiding,
van
de
voelers
de
spanning
tussen
verdunnen.
Vervang
de
herstel
en
de
de
twee
de